Deze website is gemaakt voor moderne browsers. Uw browser wordt helaas niet meer ondersteund. Gelieve een nieuwere versie van Internet Explorer, of de gratis browser Google Chrome te installeren.
Onze excuses voor het ongemak.

Voor technische vragen kunt de webmaster via e-mail contacteren.

De Hoogstraatse Maand
Onafhankelijk maandblad
Redactie: Begijnhof 26, 2320 Hoogstraten
Tel: +32 (0)495.25.25.05
redactie@demaand.be
www.demaand.be
VOOR ALLE PROVINCIALE KALENDERS
ZIE DE REEKSPAGINAS - HEREN EN VROUWEN

WEDSTRIJDEN BEKER VAN ANTWERPEN
ZIE PROVINCIAAL BVA 2017 - HEREN EN VROUWEN
Laatste update: 16/06/2017 om 12:22u
Extra  /  Allerlei  /  Hoe zit dat?

Onafhankelijk maandblad
www.demaand.be


WEBPAGINA "HOE ZIT DAT ?"

Op deze pagina vindt u het antwoord op een aantal gerichte vragen wat het reglement van de provinciale voetbalbond betreft. Vaak zijn er vragen waarop die reglementen geen sluitend antwoord geven, en daarom proberen we dat op deze pagina wél te doen. Geleidelijk aan zullen we de onderwerpen uitbreiden, mede op basis van wat onze bezoekers doorgeven.

De vragenstellers dienen er wel rekening mee te houden dat onze antwoorden op die "FAQ"s (frequently asked questions = vaak gestelde vragen) géén basis zijn om deze als argumenten te gebruiken bij een klacht die er eventueel bij de bond zou worden ingediend.

Mocht u een speciale vraag hebben waar u geen sluitend antwoord op vindt, mail die vraag dan door naar "Hoe zit dat?" en we zullen daar via deze pagina proberen een antwoord op te geven, op basis van de reglementen van de KBVB (c). Eventuele suggesties of correcties kan u eveneens via dit email-adres doorsturen.

!! Het is altijd mogelijk dat bepaalde regelingen of antwoorden door aanpassingen in het bondsreglement niet meer correct of up-to-date zijn. Mocht u dat vaststellen, gelieve dit te melden via een e-mail naar Voetbalexpress.

GELIJKE PUNTEN IN KLASSEMENT EN PERIODEKLASSEMENT
PROVINCIALE EN NATIONALE REEKSEN
KBVB-REGLEMENT ARTIKEL 1531

Vraag: hoe zit dat, wat de titel betreft, als er een gelijke stand is in de eindklassering bij de eerste ploegen in de provinciale reeksen, dus bij een gelijk aantal punten en een gelijk aantal overwinningen. En hoe zit dat bij de periodekampioenschappen in provinciale?

Antwoord: In de provinciale competitie, tot en met het seizoen 2016-2017:
hier telt eerst het aantal punten, en dan het aantal gewonnen wedstrijden. Niet het doelpuntensaldo (dat wél zal meetellen vanaf het seizoen 2017-2018).
Als die twee criteria (punten en gewonnen wedstrijden) gelijk zijn bij bijvoorbeeld twee ploegen, om
1. een ploeg aan te duiden voor de titel,
2. voor een plaats in de promotie-eindronde, of
3. voor een plaats in de degradatie-eindronde,
dan volgt er een testwedstrijd op neutraal terrein.

!!! MAAR... vanaf het seizoen 2017-2018 telt het doelsaldo WEL mee als (derde) parameter om de kampioen aan te duiden. Meestal zal er daardoor waarschijnlijk géén testwedstrijd meer gespeeld moeten worden, en kan de eindronde eventueel een week vroeger starten. Een testwedstrijd voor de titel geldt dus enkel nog bij gelijke punten, gelijk aantal overwinningen én gelijk doelsaldo.

Bij de periodekampioenschappen in provinciale zijn dit de criteria:
1. aantal behaalde punten.
2. aantal gewonnen wedstrijden.
3. het verschil tussen doelpunten voor en tegen.
De eerste van deze rangschikking is periodekampioen.
Indien twee clubs gelijk eindigen (punten 1 tot en met 3) dan wordt op neutraal terrein een testwedstrijd gespeeld. Bij een gelijkspel na 90 minuten volgen er verlengingen en eventueel strafschoppen.

* In de provinciale reeksen is het doelpuntensaldo dus (tot en met het seizoen 2016-2017) enkel beslissend bij het toekennen van een periodekampioenschap.

Nog even dit: in de Nationale reeksen geldt een andere regeling.
Zowel voor de gewone nationale competitie als voor de periodekampioenschappen zijn dit de criteria:
1. het aantal punten.
2. het grootste aantal overwinningen.
3. het beste doelpuntensaldo.
4. het grootste aantal gemaakte doelpunten.
5. het grootste aantal gemaakte doelpunten op verplaatsing.
6. het grootste aantal overwinningen op verplaatsing.
7. de einduitslag van een te spelen barragematch, met eventueel verlengingen en een strafschoppenreeks.

!! Wat het eindklassement van de Play-Offs betreft zijn dit de criteria bij een gelijke stand:

- Play-Off 1 : de eindklassering in de reguliere competitie, opgemaakt volgens de gewone criteria: aantal overwinningen, doelpuntensaldo, aantal gemaakte doelpunten, aantal doelpunten gemaakt op verplaatsing, aantal overwinningen op verplaatsing, de einduitslag van een te spelen testwedstrijd, met eventueel verlengingen en strafschoppen.

- Play-Off 2A en 2B : het eindklassement na de gespeelde wedstrijden in Play-Off 2A & 2B: aantal overwinningen, doelpuntensaldo, aantal gemaakte doelpunten, aantal doelpunten gemaakt op verplaatsing, aantal overwinningen op verplaatsing, de einduitslag van een te spelen testwedstrijd, met eventueel verlengingen en strafschoppen.

- Play-Off 3 : het eindklassement na de gespeelde wedstrijden in Play-Off 3: aantal overwinningen, doelpuntensaldo, aantal gemaakte doelpunten, aantal doelpunten gemaakt op verplaatsing, aantal overwinningen op verplaatsing, de einduitslag van een te spelen testwedstrijd, met eventueel verlengingen en strafschoppen.



Vraag: hoe zit dat, wat betreft de degradatie-eindronde en promotie-eindronde in provinciale, als er een gelijke stand is in de eindklassering van de reguliere provinciale competitie, dus bij een gelijk aantal punten en een gelijk aantal overwinningen?

Antwoord: in het provinciale voetbal : hier telt eerst het aantal punten, en dan het aantal gewonnen wedstrijden, en vanaf de competitie 2017-2018, ook het doelpuntensaldo.
Als die drie criteria (punten, gewonnen wedstrijden en doelsaldo) gelijk zijn bij bijvoorbeeld twee ploegen,
1. voor een plaats in de promotie-eindronde, of
2. voor een plaats in de degradatie-eindronde,
dan volgt er een testwedstrijd op neutraal terrein. Bij een gelijkspel worden er meteen strafschoppen genomen.

Zie ook de reglementen wat de eerste ploegen "B" betreft in verband met kampioenschap, promotie en eindrondes, verder op deze pagina. Klik hier.

VRIJGEKOMEN PLAATS(EN) IN PROVINCIALE

Vraag: wat als er na de competitie en de eindrondes nog een plaats vrijkomt in de provinciale reeksen? Bijvoorbeeld: als een club uit de nieuw samengestelde reeks 1e provinciale na een protest toch in bevordering mag uitkomen?

Antwoord: dan worden alle provinciale reeksen "aangevuld". In dit voorbeeld stijgt er alsnog een ploeg uit 2e provinciale naar 1e provinciale, een ploeg uit 3e provinciale naar 2e, enzovoort.

De modaliteiten voor de toekenning van vrijkomende plaats(en) worden door de provinciale algemene vergadering vastgelegd. Wanneer deze modaliteiten ontbreken, en in elk ander geval waar nodig, worden deze ploegen aangeduid volgens deze criteria:
- de plaats in de eindrangschikking van het kampioenschap.
- het aantal behaalde punten.
- bij gelijk aantal punten, het aantal gewonnen wedstrijden.
- vervolgens het verschil tussen het aantal doelpunten voor en tegen.

Indien in de betrokken reeksen het aantal deelnemende clubs niet gelijk is wordt de vergelijking berekend via een coëfficiënt: aantal wedstrijden gespeeld in de reeks met het grootst aantal ploegen, gedeeld door aantal wedstrijden gespeeld in de betrokken reeks van diezelfde afdeling. Indien er uiteindelijk nog altijd gelijkheid blijft bestaan, gaat de bevoegde bondsinstantie over tot loting.

PROVINCIALE EINDRONDES - CRITERIA - SCHORSINGEN

Vraag: welke ploegen spelen eigenlijk de eindronde voor promotie en wat als het gelijk is na twee wedstrijden?

Antwoord: De 2e gerangschikte van elke reeks en de drie periodekampioenen van die reeks nemen deel aan de nacompetitie (of de twee periodekampioenen van de reeksen 4e provinciale). Wanneer een deelnemer aan de eindronde dient te worden vervangen wordt de eindrangschikking van het kampioenschap in dalende volgorde in aanmerking genomen voor het aanduiden van de vervanger. Dit gebeurt wanneer een periodekampioen 2e wordt in de eindrangschikking of méér dan 1 keer periodewinnaar wordt.

In de nacompetitie wint de ploeg die het grootst aantal doelpunten aantekent in de twee wedstrijden heen en terug. Bij gelijkheid van doelpunten, zijn de doelpunten op verplaatsing doorslaggevend. Indien nog gelijk worden er 2 x 15' verlengingen gespeeld en daarna eventueel strafschoppen getrapt.

** Let op !! Indien een ploeg één van de periodetitels wint, maar toch rechtstreeks degradeert of de degradatie-eindronde moet spelen, dan mag ze NIET deelnemen aan de promotie-eindronde.



Vraag: hoe zit dat met een speler die in de laatste competitiewedstrijd zijn derde gele kaart krijgt, of in die laatste competitiewedstrijd twee keer geel krijgt?

** Ter info: de reguliere competitie, de promotie- en degradatie-eindronde en de Beker Van Antwerpen worden beschouwd als drie aparte competities, wat de gele kaarten betreft. Test- en barragewedstrijden behoren tot de reguliere competitie! Zie het KBVB-reglement, artikel 1806.

Algemeen:
1. Bij competitiewedstrijden, inclusief testwedstrijden: na de derde gele kaart (of na twee gele kaarten tijdens dezelfde wedstrijd) is een speler de eerstvolgende competitiewedstrijd of eventuele testwedstrijd geschorst.

2. Bij de eindronde voor promotie en degradatie: na de tweede gele kaart (of bij twee gele kaarten tijdens dezelfde wedstrijd) is een speler de eerstvolgende eindrondewedstrijd geschorst.

3. Bij de eindronde voor promotie en degradatie:
a. indien de ploeg uitgeschakeld wordt na de heen- en terugwedstrijd van de eerste ronde: na de tweede gele kaart (of bij twee gele kaarten tijdens dezelfde wedstrijd) vervallen die gele kaarten.
Ze worden niet overgedragen naar de eerste wedstrijd van de Beker van Antwerpen, omdat de BVA-wedstrijden bij het volgend seizoen horen.
b. indien de ploeg uitgeschakeld wordt na de heen- en terugwedstrijd van de tweede ronde: na de tweede gele kaart (of bij twee gele kaarten tijdens dezelfde wedstrijd) vervallen die gele kaarten.
Ze worden niet overgedragen naar de eerste wedstrijd van de Beker van Antwerpen, omdat de BVA-wedstrijden bij het volgend seizoen horen.

4. Bij bekerwedstrijden (BVA) : na de tweede gele kaart (of bij twee gele kaarten tijdens dezelfde wedstrijd) is een speler de eerstvolgende bekerwedstrijd geschorst.

5. Gele kaarten worden NIET overgedragen naar de volgende reguliere competitie (= volgend seizoen).

6. Een schorsing die door het provinciaal comité werd uitgesproken na een rechtstreekse rode kaart, en waarbij die schorsing tot een bepaalde datum loopt, blijft altijd van kracht tot en met die datum, ook tijdens de eindronde en eventuele testwedstrijden en, afhankelijk van het aantal speeldagen schorsing, ook tijdens één of meerdere speeldagen van de Beker van Antwerpen.

Antwoord:
1. Alle gele kaarten vervallen op het einde van de reguliere competitie, inclusief eventueel gespeelde testwedstrijden.

2. Spelers die tijdens de laatste competitiewedstrijd hun 3e, 6e, 9e,... gele kaart van het seizoen kregen, of die tijdens de laatste competitiewedstrijd twee keer geel kregen, zijn NIET geschorst voor de eerstvolgende eindrondewedstrijd, maar WEL voor een eventuele (en eerstvolgende) TESTWEDSTRIJD die de kwalificatie voor deze eindronde bepaalt (kampioenschap, periodekampioenschap of degradatie).

3. Spelers die tijdens een testwedstrijd voor het kampioenschap of de degradatie hun 3e, 6e, 9e,... gele kaart van het seizoen kregen, of die tijdens die testwedstrijd twee keer geel kregen, zijn NIET geschorst voor de eerstvolgende eindrondewedstrijd voor promotie of degradatie.

4. Als zijn ploeg geen test- of eindrondewedstrijd speelt vervallen zijn gele kaarten, ook de twee gele kaarten in de laatste competitiewedstrijd.

Vraag: een speler kreeg twee keer geel in de testwedstrijd voor het kampioenschap of de degradatie. Is hij geschorst voor de eerstvolgende eindrondewedstrijd voor promotie of degradatie?

Antwoord: nee. Een testwedstrijd behoort immers tot de reguliere competitie. De derde gele kaart of twee keer geel in de laatste competitiewedstrijd, inclusief een testwedstrijd, vervallen. De eerstvolgende eindrondewedstrijd behoort tot een "andere" competitie.

Vraag: na hoeveel gekregen gele kaarten in de eindronde volgt er een schorsing van een speler?

Antwoord: een speler is geschorst als hij in de eindronde TWEE gele kaarten heeft gekregen, in tegenstelling tot drie in de gewone competitie.

Vraag: telt een lopende schorsing van een aantal weken wegens een schorsing na een directe rode kaart verder in de eindronde?

Antwoord: ja. Als een speler bijvoorbeeld vanaf speeldag 29 (van de totaal 30) een schorsing van vier speeldagen krijgt loopt die schorsing door tot en met de twee eerste wedstrijden van de eindronde (of eventueel in een testwedstrijd en daarna in de eerste wedstrijd van de eindronde).

Vraag: een speler krijgt direct rood in een eindrondewedstrijd. Is hij geschorst voor de volgende eindrondewedstrijd?

Antwoord: neen. Zoals in de reguliere competitie wordt een schorsing bepaald op de volgende provinciale vergadering en bekendgemaakt via de website van de voetbalbond, pagina "Sportleven".



Vraag: lopen schorsingen wegens meteen rood op het einde van de competitie en in de eindronde door in de wedstrijden van de "Beker van Antwerpen" of is dat pas vanaf de eerste competitiewedstrijd?

Antwoord: een schorsing van een aantal weken die ingaat na het einde van de competitie, of na de eindronde, gaat in vanaf de eerste wedstrijd van de BVA.



Vraag: als er extra stijgers zijn, dus bovenop het normaal aantal stijgers, wat zijn de criteria dan?

Antwoord:
1. In de nacompetitie wint de ploeg die het grootst aantal doelpunten aantekent in de twee wedstrijden heen en terug. Bij gelijkheid van doelpunten, zijn de doelpunten op verplaatsing doorslaggevend. Indien dan nog gelijk worden er 2 x 15' verlengingen gespeeld en daarna eventueel strafschoppen getrapt.

2. In de eerste fase van de eindronde plaatsen de winnaars van de heen- en terugwedstrijd zich voor de tweede fase. In de tweede fase behalen de winnaars van de heen- en terugwedstrijd de promotie. In die tweede fase wordt er ook een klassement gemaakt (zie punt 3) dat de extra stijger of stijgers bepaalt.

3. Eventuele bijkomende stijger(s) in de diverse reeksen worden bepaald via de eindrondes, namelijk de verliezer(s) in eerste instantie uit fase twee van de eindronde, dus speeldag 3 en 4, en in tweede instantie met de klassering in de reguliere competitie, rekening houdende met volgende criteria in dalende volgorde:
1. de meeste punten in de tweede fase van de eindronde
2. het verschil tussen het aantal doelpunten voor en tegen in de tweede fase van de eindronde (de gemaakte goals tellen hier niét mee als bepalende factor)
3. de plaats in de eindrangschikking van het reguliere kampioenschap
4. het aantal behaalde punten in de reguliere competitie (eventueel aan te passen indien de clubs niet evenveel wedstrijden hebben gespeeld)
5. het aantal gewonnen wedstrijden in de reguliere competitie
6. het verschil tussen het aantal doelpunten voor en tegen in de reguliere competitie
7. het aantal doelpunten voor in de reguliere competitie
8. lottrekking door het Provinciaal Comité.


Terug naar overzicht

SCHORSINGEN

** Ter info: de reguliere competitie, de promotie- en degradatie-eindronde en de Beker Van Antwerpen worden beschouwd als drie aparte competities, wat de gele kaarten betreft. Test- en barragewedstrijden behoren tot de reguliere competitie!

Algemeen:
1. Bij competitiewedstrijden, inclusief testwedstrijden: na de derde gele kaart (of na twee gele kaarten tijdens dezelfde wedstrijd) is een speler de eerstvolgende competitiewedstrijd of eventuele testwedstrijd geschorst.

2. Bij de eindronde voor promotie en degradatie: na de tweede gele kaart (of bij twee gele kaarten tijdens dezelfde wedstrijd) is een speler de eerstvolgende eindrondewedstrijd geschorst.

3. Bij bekerwedstrijden (BVA) : na de tweede gele kaart (of bij twee gele kaarten tijdens dezelfde wedstrijd) is een speler de eerstvolgende bekerwedstrijd geschorst.

4. Gele kaarten worden NIET overgedragen naar de volgende reguliere competitie (= volgend seizoen).



Vraag: hoe zit dat indien een speler een aantal keer een gele kaart krijgt, maar bij verschillende ploegen van zijn club? Wordt dat samengeteld?

Antwoord: daarvoor moeten we artikel 1808 van het bondsreglement bekijken. Daar staat de uitleg, inclusief een paar voorbeelden.

1. Het principe is dat een schorsing geldt voor de volgende "wedstrijd", die niet noodzakelijk de volgende "speeldag" is. Er worden immers ook midweekwedstrijden gespeeld, bijvoorbeeld inhaalwedstrijden in provinciale.

2. Dat principe van "de volgende wedstrijd" geldt ook bij de provinciale eindrondes of de provinciale bekerwedstrijden.

3. Een belangrijk principe: wanneer er een wedstrijd afgelast wordt, of om welke reden ook niet gespeeld wordt, wordt de schorsing automatisch overgedragen naar de eerste officiële wedstrijd van de betreffende categorie.

4. Nog een heel belangrijke regeling: er wordt met het "optellen" van de kaarten rekening gehouden in welke ploeg die kaarten gegeven werden, en de bond bekijkt die kaarten in twee "categorieën":

* DE EERSTE PLOEG (één of meerdere eerste ploegen, bijvoorbeeld een A-ploeg en een B-ploeg die respectievelijk in 1e en 4e provinciale spelen).

* DE RESERVEN- EN DE JEUGDPLOEGEN.


Hieronder een schema met voorbeelden.

DE EERSTE PLOEG (Eén of méér)

1e gele kaart 2e gele kaart 3e gele kaart Gevolg
Eerste ploeg A Eerste ploeg A Eerste ploeg A De speler is geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van de eerste ploeg A. Hij is hierdoor eveneens geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van elke andere ploeg, waarvoor hij gekwalificeerd is, die de dag van de schorsing of de zes erop volgende dagen gespeeld worden.
Eerste ploeg B Eerste ploeg A Eerste ploeg B De speler is geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van de eerste ploeg B. Hij is hierdoor eveneens geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van elke andere ploeg, waarvoor hij gekwalificeerd is, die de dag van de schorsing of de zes erop volgende dagen gespeeld worden.
Eerste ploeg B Eerste ploeg B Eerste ploeg A De speler is geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van de eerste ploeg A. Hij is hierdoor eveneens geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van elke andere ploeg, waarvoor hij gekwalificeerd is, die de dag van de schorsing of de zes erop volgende dagen gespeeld worden.
Reserven Eerste ploeg A Eerste ploeg B De speler is NIET geschorst, want er is een afzonderlijke boeking "jeugd & reserven" en "eerste ploegen".
Eerste ploeg A Juniors U21 Eerste ploeg A De speler is NIET geschorst, want er is een afzonderlijke boeking "jeugd & reserven" en "eerste ploegen".
Juniors U21 Eerste ploeg A Eerste ploeg A De speler is NIET geschorst, want er is een afzonderlijke boeking "jeugd & reserven" en "eerste ploegen".


RESERVEN EN JEUGD

1e gele kaart 2e gele kaart 3e gele kaart Gevolg
Reserven A Reserven A Reserven A De speler is geschorst voor de eerstvolgende officiële wedstrijddag van de reserven A (inbegrepen deze van het samenwerkingsverband), én ook voor de wedstrijden van àlle ploegen van zijn club, inclusief de eerste ploeg.
Maar als de eerstvolgende officiële wedstrijddag van de reserven A niet doorgaat omdat die ploeg vrij is, of omdat de wedstrijden van die eerstvolgende officiële wedstrijddag van de reserven A worden uitgesteld, dan mag de speler op die wedstrijddag WEL meespelen in de eerste ploeg.
U 21 U 17 Reserven De speler is geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van de reserven A. Hij is hierdoor eveneens geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van elke andere ploeg, waarvoor hij gekwalificeerd is, die de dag van de schorsing of de zes erop volgende dagen gespeeld worden.
Nat. U 21 Prov. U 17 U 21 De speler is geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van de U21. Hij is hierdoor eveneens geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van elke andere ploeg, waarvoor hij gekwalificeerd is, die de dag van de schorsing of de zes erop volgende dagen gespeeld worden.
Nat. U 21 Reserven Eerste ploeg De speler is NIET geschorst, want er is een afzonderlijke boeking "jeugd & reserven" en "eerste ploegen".
Prov. U 17 Gew. U 17 A Gew. U 17 B De speler is geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van de gewestelijke U17 B. Hij is hierdoor eveneens geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van elke andere ploeg, waarvoor hij gekwalificeerd is, die de dag van de schorsing of de zes erop volgende dagen gespeeld worden.
Prov. U17
club A
Gew. U17
club B
U21
club C
De speler is geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van de U21 van club C. Hij is hierdoor eveneens geschorst voor de eerstvolgende kampioenschapswedstrijd van elke andere ploeg, waarvoor hij gekwalificeerd is, die de dag van de schorsing of de zes erop volgende dagen gespeeld worden.

Aanvullingen.
* Wanneer de wedstrijd waarvoor de speler geschorst is afgelast wordt, of om welke reden ook niet gespeeld wordt, wordt de schorsing automatisch overgedragen naar de eerste kampioenschapswedstrijd van de betreffende categorie die de betrokken ploeg speelt.
* Wanneer een wedstrijd stopgezet wordt of moet herspeeld worden bij beslissing van de bevoegde bondsinstantie, alhoewel hij de normale duur had, worden de geschorste speler of spelers beschouwd alsof zij hun straf ondergaan hebben.




Vraag: een speler kreeg twee keer geel in één wedstrijd, of hij kreeg zijn derde gele kaart en is dus geschorst voor de volgende wedstrijd. Mag hij bij een andere ploeg binnen de club wél meespelen?

Antwoord: een speler is geschorst voor de ploeg waarmee hij zijn gele kaarten heeft gekregen. Sinds het begin van het seizoen 2013-2014 zijn er wel wat wijzigingen. Zie de teksten met **.

** Vanaf het seizoen 2013-2014 worden ook bij de reserven en jeugd de gele kaarten genoteerd en "opgeteld". Drie gele kaarten leveren ook bij de reserven en de jeugd voortaan één schorsingsdag op, maar dat gebeurt per ploeg waarin men de kaarten heeft gekregen.

** Het is dus niet langer mogelijk om bij de reserven en jeugd bij wijze van spreken iedere speeldag ongestraft geel te slikken. Theoretisch is het wel nog mogelijk om bijvoorbeeld in meerdere wedstrijden (niet in één wedstrijd) twee keer geel bij zowel de A-, B-, C-reserven als de eerste ploeg te pakken, zonder geschorst te worden. De kaarten opgelopen bij de reserven worden immers niet samengeteld met die van de eerste ploeg. Zelfs tussen de verschillende reserventeams onderling niet.

** Wanneer de ploeg, waarbij men tegen een derde gele kaart is opgelopen, vrij is, mag men dat weekend met een andere ploeg aantreden. De schorsing zal in dat geval pas ingaan op de eerstvolgende speeldag wanneer de desbetreffende ploeg opnieuw in actie komt. Uiteraard mag er dan bij geen enkel ander team deelgenomen worden.

Voorbeeld 1: als een speler een schorsing oploopt bij de reserven A, is hij geschorst voor de volgende wedstrijd van de reserven A, maar OOK voor de eerste ploeg, behalve:
als de volgende wedstrijd van de reserven A wordt uitgesteld of als er géén reserven A-competitiewedstrijd op het programma staat, mag deze speler wél spelen bij de eerste ploeg, of bij de reserven B of C of eventueel bij de juniors.

Voorbeeld 2: als een speler, bijvoorbeeld bij de reserven A, geschorst is na twee keer geel in één reserven A-wedstrijd, of na zijn derde gele kaart bij de reserven A, dan is hij geschorst voor de volgende wedstrijd van de reserven A. Indien, op de volgende speeldag, de wedstrijden van de reserven A worden uitgesteld maar de eerste ploeg wél speelt, dan schuift de schorsing verder door, en is de speler toch geschorst voor de eerstvolgende wedstrijd van de reserven A én alle andere ploegen van zijn club.

Voorbeeld 3: als een speler een schorsing oploopt bij de eerste ploeg, is hij geschorst voor de volgende wedstrijd van de eerste ploeg. Als de volgende wedstrijd van de eerste ploeg wordt uitgesteld, of als er géén competitiewedstrijd van de eerste ploeg op het programma staat, mag deze speler wél spelen bij de reserven A, B of C of eventueel bij de juniors.

Voorbeeld 4: als een speler een schorsing oploopt bij de juniors A, is hij geschorst voor de volgende wedstrijd van de juniors A. Als de volgende wedstrijd van de juniors A wordt uitgesteld of als er géén juniors A-competitiewedstrijd op het programma staat, mag deze speler wél spelen bij de juniors B, reserven A, B en C of de eerste ploeg.



Vraag: een speler van de eerste ploeg kreeg zijn derde gele kaart, en hij is dus geschorst voor de volgende wedstrijd van de eerste ploeg, die op zaterdag gespeeld wordt. Maar de eerste ploeg speelt daarna zijn volgende wedstrijd op woensdag, dus vier dagen later. Geldt de schorsing van die speler dan ook voor die woensdag?

Antwoord: neen, de speler heeft op zondag zijn dag schorsing uitgezeten. Hij mag dus gewoon vermeld worden op het wedstrijdblad van de woensdagwedstrijd, en ook worden opgesteld. Hij is wel geschorst voor de reserven, de U21 en alle andere ploegen tijdens een periode van zes dagen nadat hij zijn schorsing uitzat.



Vraag: hoe zit dat met schorsingen van spelers bij een algemene afgelasting van een speeldag bij de eerste elftallen?

Antwoord: bij een algemene afgelasting schuift een speeldag schorsing (wegens bv. drie keer geel, of twee keer geel in de vorige wedstrijd) door naar de eerstvolgende competitiewedstrijd. Indien het gaat om rechtstreeks rood en bv. 3 weken schorsing, dan is de speler geschorst voor drie speeldagen, te beginnen op de volgende speeldag na de datum die het Provinciaal Comité heeft uitgesproken.



Vraag: hoe zit dat met de schorsing van een speler als de tegenstander op de volgende speeldag forfait geeft. Vervalt zijn schorsing dan of schuift de schorsing door?

Antwoord: let op een belangrijk principe: wanneer er een wedstrijd afgelast wordt, of om welke reden dan ook niet gespeeld wordt, dan wordt de schorsing automatisch overgedragen naar de eerste officiële wedstrijd van de betreffende categorie. "Indien de volgende tegenstander forfait geeft" behoort dat tot het principe "...om welke reden dan ook...". Zijn schorsing schuift dan ook door naar de volgende competitiewedstrijd/speeldag.



Vraag: als een afgelaste speeldag pas later wordt gespeeld, bijvoorbeeld een wedstrijd die op 4 januari werd afgelast en pas op 30 maart wordt gespeeld, hoe zit dat dan met een speler die op 4 januari nog niet was aangesloten? Mag hij op 30 maart wél meespelen?

Antwoord: vermits die speler op 4 januari nog niet was aangesloten mag hij op 30 maart, de datum van de te herspelen wedstrijd, NIET worden opgesteld, zelfs als hij dan enkel op het wedstrijdblad vermeld wordt en niet effectief zou meespelen. In dit geval zou zijn ploeg achteraf een forfaitnederlaag krijgen.



Vraag: een scholier speelde mee bij de reserven A en kreeg meteen rood. Als hij één of twee speeldagen schorsing krijgt, mag hij op die speeldagen dan wél meespelen bij de scholieren?

Antwoord: nee, de schorsing geldt voor ALLE ploegen van de club.



Vraag: als een speler in de laatste competitiewedstrijd zijn derde gele kaart in de rij krijgt, wanneer is hij dan geschorst?

Antwoord:
1. Alle gele kaarten vervallen op het einde van de reguliere competitie, inclusief eventueel gespeelde testwedstrijden.

2. Spelers die tijdens de laatste competitiewedstrijd hun 3e, 6e, 9e,... gele kaart van het seizoen kregen, of die tijdens de laatste competitiewedstrijd twee keer geel kregen, zijn NIET geschorst voor de eerstvolgende eindrondewedstrijd, maar WEL voor een eventuele (en eerstvolgende) TESTWEDSTRIJD die de kwalificatie voor deze eindronde bepaalt (kampioenschap, periodekampioenschap of degradatie).

3. Spelers die tijdens een testwedstrijd voor het kampioenschap of de degradatie hun 3e, 6e, 9e,... gele kaart van het seizoen kregen, of die tijdens die testwedstrijd twee keer geel kregen, zijn NIET geschorst voor de eerstvolgende eindrondewedstrijd voor promotie of degradatie.

4. Als zijn ploeg geen test- of eindrondewedstrijd speelt vervallen zijn gele kaarten, ook de twee gele kaarten in de laatste competitiewedstrijd.

5. Enkel een (door het Provinciaal Comité) reeds uitgesproken en nog lopende schorsing (na rechtstreeks rood) geldt voor de volgende wedstrijd(en) in de eindronde, een testwedstrijd, de BVA of de volgende competitie.



Vraag: hoe zit het eigenlijk met de gele en rode kaarten wat betreft schorsingen, doorschuiven en wel of niet meetellen in de diverse competities en bekerwedstrijden?

Antwoord:
1. Beker van Antwerpen : de gele kaarten, gekregen in de Bekerwedstrijden, tellen NIET mee voor het kampioenschap en worden dus NIET overgedragen.
2. Beker van Antwerpen : een schorsing voor een RECHTSTREEKSE rode kaart wordt WEL overgedragen naar het kampioenschap.
3. Beker van Antwerpen : er is GEEN schorsing voor het kampioenschap indien de rode kaart het gevolg is van een tweede gele kaart in dezelfde wedstrijd.
4. Beker van Antwerpen : in de bekercompetitie is een speler automatisch geschorst na TWEE gele kaarten (en niet na drie, zoals in de reguliere competitie)

5. De eindronde : de gele kaarten uit de competitie worden NIET overgedragen naar de eindronde.
Spelers die tijdens de laatste competitiewedstrijd hun 3e, 6e, 9e,... gele kaart van het seizoen kregen, of twee keer geel, zijn NIET geschorst voor de eerstvolgende eindrondewedstrijd, maar WEL voor een eventuele (en eerstvolgende) TESTWEDSTRIJD die de kwalificatie voor deze eindronde bepaalt (kampioenschap, periodekampioenschap of degradatie).

6. Maar!... een speler die twee gele kaarten kreeg tijdens de laatste competitiewedstrijd is wél geschorst voor een eventuele testwedstrijd,

Als zijn ploeg geen test- of eindrondewedstrijd speelt vervallen zijn (twee) gele kaarten.

7. Enkel een al uitgesproken en nog lopende schorsing (na rechtstreeks rood) geldt voor de volgende wedstrijd(en) in de eindronde, een testwedstrijd, de BVA of de volgende competitie.



Vraag: wat gebeurt er als er al gele en/of rode kaarten werden gegeven in een wedstrijd die bijvoorbeeld in de tweede helft definitief wordt stilgelegd wegens een stroompanne of de weersomstandigheden?

Antwoord:
De gele en rode kaarten worden altijd geregistreerd, en zullen dus meetellen voor een eventuele schorsing, zelfs bij stopzetting van de wedstrijd om één of andere reden.


Terug naar overzicht



Vraag: wat gebeurt er als er gele en/of rode kaarten werden gegeven in een (officiële aangevraagde) vriendschappelijke wedstrijd, of tijdens een tornooi, bijvoorbeeld een streektornooi, gespeeld door eerste ploegen?

Antwoord:
Voor elke waarschuwing of uitsluiting, vermeld op het wedstrijdblad van een vriendschappelijke wedstrijd, wordt de bestrafte speler in principe beboet voor bv. twee keer geel of rechtstreeks rood. Deze boete wordt ambtshalve opgelegd en is zonder verhaal. Dit geldt ook voor gele of rode kaarten tijdens een tornooi dat als vriendschappelijk wordt georganiseerd. De schorsing geldt voor alle categorieën van wedstrijden.

Indien het Provinciaal Comité of het Sportcomité, op grond van het scheidsrechtersverslag, oordeelt dat de uitsluiting het gevolg was van ernstige laakbare feiten, die een schorsing van datum tot datum kunnen meebrengen, roept het de betrokken speler op voor een volgende zitting. Indien een dergelijke schorsing wordt uitgesproken, geldt die voor alle categorieën van wedstrijden.

Hier is het dus belangrijk dat er enkel een sanctie of schorsing kan volgen indien er door de scheidsrechter een verslag werd opgemaakt in verband met de feiten.


Terug naar overzicht



Vraag: wat zijn de gevolgen en voorwaarden indien een club een geschorste of niet-aangesloten speler opstelt in een officiële competitie- of bekerwedstrijd?

Antwoord:
Voorwaarden:
1. Het moet gaan om een speler die niet is aangesloten bij de club, of op de dag van de gespeelde wedstrijd geschorst is wegens gele of rode kaarten.

2. De vaststelling of klacht in verband met de inbreuk moet binnen de 15 dagen na de wedstrijd gebeurd zijn (of 4 dagen na de laatste competitiewedstrijd).

3. De speler moet niet effectief hebben meegespeeld, zijn vermelding op het scheidsrechtersblad is voldoende.

Gevolgen:
1. Voor de club: een boete van maximaal 50, 100 of 200 euro voor de 1e, 2e of 3e inbreuk in het lopende seizoen.

2. Voor de club: 5 - 0 verlies en aftrek van behaalde punten in de wedstrijden waarbij de inbreuk werd vastgesteld, maar met een maximum van 15 punten.

3. Voor de club: een lid (van de club) dat meegewerkt heeft aan deze frauduleuze inschrijving wordt voor minstens één jaar geschorst.

4. Voor de speler: geen rechtstreekse gevolgen, maar het provinciaal comité zal de zaak behandelen.


Terug naar overzicht


Vraag: Mag een speler of speelster, die geschorst is, als ploegafgevaardigde fungeren, tijdens die periode van zijn of haar schorsing ?

Antwoord:
Het reglement is duidelijk: een geschorste speler of speelster mag géén enkele "officiële" functie uitoefenen in de neutrale/technische zone tijdens wedstrijden waarvoor hij of zij geschorst is, en dus ook niet op het wedstrijdblad vermeld worden.

Zie ook de artikels 1412 en 1906 uit het Bondsreglement.


Terug naar overzicht

PERIODEKAMPIOENSCHAPPEN

Vraag: hoe is de regeling voor de periodekampioenschappen en hoe wordt de klassering opgemaakt?

Antwoord: Het kampioenschap in eerste (niét in het seizoen 2015-2016), tweede, derde en vierde provinciale wordt ingedeeld in 3 periodes van elk 10 wedstrijden, indien er in de reeksen 15 en 16 ploegen uitkomen, zoals in het seizoen 2015-2016 (zie punt A hieronder).

- Bij 14, 15 en 16 ploegen per reeks (zoals in het seizoen 2014-2015) is de regeling anders (zie punt B hieronder).

Per periode wordt er een rangschikking opgemaakt via:
1. aantal behaalde punten.
2. aantal gewonnen wedstrijden.
3. het verschil tussen doelpunten voor en tegen.
De eerste van deze rangschikking is periodekampioen. Indien twee clubs volledig gelijk eindigen volgens de punten 1 tot 3 hierboven, wordt op neutraal terrein een testwedstrijd gespeeld, met eventueel verlengingen en strafschoppen.


A.
Vraag: als er 15 en/of 16 ploegen in de reeksen uitkomen, hoe is dan de regeling voor de periodekampioenschappen en hoe wordt de klassering opgemaakt?

Antwoord:
1. Het kampioenschap met 15 ploegen (zie vierde provinciale A, C, D en E - seizoen 2015-2016) wordt ingedeeld in drie maal 10 speeldagen en drie periodes van negen of tien gespeelde wedstrijden.

2. De drie periodekampioenen plus de 2e of 3e in de eindstand (of de volgende indien één van deze twee, of de algemeen kampioen, een periodekampioen is) nemen deel aan de eindronde voor promotie naar derde provinciale.

De kalender wordt opgesteld zodanig dat de thuis- en uitwedstrijden van elke club tijdens iedere periode evenwichtig verdeeld worden.

Per periode wordt er een rangschikking opgemaakt via:
1. aantal behaalde punten.
2. aantal gewonnen wedstrijden.
3. het verschil tussen doelpunten voor en tegen.
De eerste van deze rangschikking is periodekampioen. Indien twee clubs volledig gelijk eindigen volgens de punten 1 tot 3 hierboven, wordt op neutraal terrein een testwedstrijd gespeeld, met eventueel verlengingen en strafschoppen.

BELANGRIJK !!
Indien in een periodekampioenschap ten gevolge van het oneven aantal ploegen in een reeks, bijvoorbeeld 15, het aantal gespeelde wedstrijden per club niet gelijk is, worden het aantal punten, het aantal gewonnen wedstrijden, het doelsaldo en het aantal doelpunten voor,
- gedeeld door het aantal gespeelde wedstrijden en daarna
- vermenigvuldigd met het maximum aantal wedstrijden van de betrokken periode.
Decimale eenheden van minder dan 5 worden naar beneden afgerond, decimale eenheden van vijf of meer worden naar boven afgerond.

* Een voorbeeld:
Ploeg A speelde in een periode 10 wedstrijden. 8 keer gewonnen, 1 keer gelijk en 2 keer verloren. Punten: 25.
Ploeg B speelde in een periode 9 wedstrijden. 8 keer gewonnen, 1 keer gelijk, niet verloren. Punten: 25.
Ploeg A en B hebben dus een gelijk aantal punten.
Berekening: 25 gedeeld door 9 = 2,777 maal 10 = 27,77. Afgerond 28
Ploeg B wint dus het periodekampioenschap met 28 punten.


* Een tweede voorbeeld (heel wat méér ingewikkeld...) :
- Ploeg A speelde in een periode 10 wedstrijden. 9 keer gewonnen, 1 keer gelijk. Doelpuntensaldo +12 (24 - 12). Punten: 28.
- Ploeg B speelde in een periode 9 wedstrijden. 8 keer gewonnen, 1 keer gelijk, niet verloren. Doelpuntensaldo +11 (23 - 12). Punten: 25.
Berekening: 25 behaalde punten, gedeeld door 9 = 2,777 maal 10 = 27,77. Afgerond 28.

In dit tweede voorbeeld is er gelijkheid van punten. Dan worden ook achtereenvolgens
1. het aantal gewonnen wedstrijden,
2. het doelpuntensaldo, en daarna
3. de doelpunten voor, volgens hetzelfde systeem berekend.

De cijfers voor ploeg A:
1. gewonnen wedstrijden: 9
2. doelpuntensaldo: 12
3. doelpunten voor: 24


De berekening voor ploeg B:
1. gewonnen wedstrijden: 8 gedeeld door 9 = 0,888 maal 10 = 8,88 - afgerond 9
2. doelpuntensaldo 11 gedeeld door 9 = 1,222 maal 10 = 12,22 - afgerond 12
3. doelpunten voor: 23 gedeeld door 9 = 2,555 maal 10 = 25,55 - afgerond 26

Ploeg B wint dus het periodekampioenschap op basis van de berekening bij de gescoorde doelpunten.


B.
Vraag: als er 14 of 15 ploegen in een reeks uitkomen, hoe is dan de regeling voor de periodekampioenschappen en hoe wordt de klassering opgemaakt?

Antwoord:
1. Het kampioenschap met 15 ploegen (zie vierde provinciale B, C en E - seizoen 2014-2015) wordt ingedeeld in twee maal 15 speeldagen en twee periodes van veertien gespeelde wedstrijden.

2. Het kampioenschap met 14 ploegen (zie vierde provinciale A en D - seizoen 2014-2015) wordt ingedeeld in twee maal 15 speeldagen en twee periodes van dertien gespeelde wedstrijden.

!! De twee periodekampioenen plus de 2e en 3e in de eindstand (of de volgende indien één van deze twee, of de algemeen kampioen, een periodekampioen is) nemen deel aan de eindronde voor promotie naar derde provinciale.

De kalender wordt opgesteld zodanig dat de thuis- en uitwedstrijden van elke club tijdens iedere periode evenwichtig verdeeld worden.

Per periode wordt er een rangschikking opgemaakt via:
1. aantal behaalde punten.
2. aantal gewonnen wedstrijden.
3. het verschil tussen doelpunten voor en tegen.
De eerste van deze rangschikking is periodekampioen. Indien twee clubs volledig gelijk eindigen volgens de punten 1 tot 3 hierboven, wordt op neutraal terrein een testwedstrijd gespeeld, met eventueel verlengingen en strafschoppen.


C.
Vraag: als er 17 of 18 ploegen in een reeks uitkomen, hoe is de regeling voor de periodekampioenschappen en hoe wordt de klassering opgemaakt?

Antwoord: Het kampioenschap met 17 ploegen (zie vierde provinciale A, C en D, seizoen 2016-2017) of 18 ploegen, wordt ingedeeld in drie periodes: elf, twaalf en elf wedstrijden.
Periode 1: wedstrijddagen 1 tot en met 11.
Periode 2: wedstrijddagen 12 tot en met 23.
Periode 3: wedstrijddagen 24 tot en met 34.
De kalender wordt opgesteld zodanig dat de thuis- en uitwedstrijden van elke club tijdens iedere periode evenwichtig verdeeld worden.

Per periode wordt er een rangschikking opgemaakt via:
1. aantal behaalde punten.
2. aantal gewonnen wedstrijden.
3. het verschil tussen doelpunten voor en tegen.
De eerste van deze rangschikking is periodekampioen. Indien twee clubs volledig gelijk eindigen volgens de punten 1 tot 3 hierboven, wordt op neutraal terrein een testwedstrijd gespeeld, met eventueel verlengingen en strafschoppen.

BELANGRIJK !!
Indien in een periodekampioenschap ten gevolge van het oneven aantal ploegen in een reeks, bijvoorbeeld 17, het aantal gespeelde wedstrijden per club niet gelijk is, worden het aantal punten, het aantal gewonnen wedstrijden en het aantal doelpunten voor en tegen gedeeld door het aantal gespeelde wedstrijden en daarna vermenigvuldigd met het maximum aantal wedstrijden van de betrokken periode. Decimale eenheden van minder dan 5 worden naar beneden afgerond, decimale eenheden van vijf of meer worden naar boven afgerond.

Een voorbeeld:
Ploeg A speelde in de eerste periode 10 wedstrijden en eindigt met 26 punten (net na ploeg B met 28 punten).
Behaalde punten: 26. Gewonnen wedstrijden: 8. Doelpunten voor: 34. Doelpunten tegen: 11.
Berekening: 26 gedeeld door 10 = 2,6 x 11 = 28,6. Afgerond naar boven: 29.

Ploeg B speelde in de eerste periode 11 wedstrijden.
Behaalde punten: 28. Gewonnen wedstrijden: 9. Doelpunten voor: 40. Doelpunten tegen: 14.
Ploeg A wint dus het periodekampioenschap met 29 punten.

Indien ploeg B ook 29 punten had behaald, dan zouden ook achtereenvolgens het aantal gewonnen wedstrijden, het doelpuntensaldo en daarna de doelpunten voor en tegen worden berekend volgens hetzelfde systeem, om zo de eerste en tweede in die periode te bepalen.


Vraag: wat als een periodekampioen op een degradatieplaats eindigt, of de degradatie-eindronde moet spelen?

Antwoord:
1. Dan mag die ploeg NIET deelnemen aan de eindronde voor promotie.
2. Dan degradeert die ploeg, of ze moet deelnemen aan de degradatie-eindronde om in de afdeling te blijven.
3. Dan wordt de plaats van die ploeg in de promotie-eindronde ingenomen door de volgende in de eindstand (bv. de 3e of de 4e).


Terug naar overzicht

BEKER VAN ANTWERPEN

Vraag: als we in de bekerwedstrijden geen doelman op de reservebank hebben, hoeveel veldspelers mogen er dan vervangen worden?

Antwoord: Er mogen sowieso vier vervangingen doorgevoerd worden, en als er geen doelman op de reservebank zit mogen dat dus ook vier veldspelers zijn.


Terug naar overzicht


Vraag: wanneer worden de eerste vijf speeldagen van de Beker van België (Cofidis-Cup) afgewerkt?

Antwoord: er is een vaste regel bij de bekerwedstrijden (Cofidis-Cup): de laatste zondag van juli en de eerste vier zondagen van augustus zijn voorbehouden aan de eerste vijf speeldagen van de Beker van België, dus in 2012 bijvoorbeeld zijn dat 29 juli, en 5, 12, 19 en 26 augustus (of telkens de zaterdag ervoor indien gewenst). De ploegen van bevordering, 3de nationale afdeling en 2de nationale afdeling nemen deel vanaf respectievelijk de eerste, derde en vierde speeldag.


Terug naar overzicht

SPELERS EN CATEGORIËN

Vraag: hoe zit dat met de leeftijd van een speler om in een bepaalde categorie van de jeugdploegen te mogen meespelen, bijvoorbeeld de U21?

Antwoord: Volgens de reglementen van de KBVB, artikel 1009, moeten spelers voldoen aan bepaalde maximum-leeftijdsvoorwaarden bij de jeugdploegen.

De algemene regel luidt:
Is U x: de speler of speelster die vóór 1 januari die het seizoen voorafgaat geen (x - 1) jaar oud is.
Bijvoorbeeld: is U17: de speler of speelster die voor 1 januari die het seizoen voorafgaat geen 16 jaar oud is.

Een U21-praktijkvoorbeeld:
De algemene regel: is U21 : de speler of speelster die voor 1 januari (dus uiterlijk 31 december) die het seizoen voorafgaat geen 20 jaar oud is. Bijvoorbeeld:
- Voor het seizoen 2016-2017: een speler is geboren in 1995. Op 31/12/2015 was hij 20. Hij mag dus niet meespelen met de U21.
- Voor het seizoen 2016-2017: een speler is geboren in 1996. Op 31/12/2015 was hij 19. Hij mag dus wél meespelen met de U21.

Een tweede praktijkvoorbeeld:
- Voor het seizoen 2017-2018: een speler is geboren in 1996. Op 31/12/2016 was hij 20. Hij mag in het seizoen 2017-2018 dus niet meespelen met de U21.
- Voor het seizoen 2017-2018: een speler is geboren in 1997. Op 31/12/2016 was hij 19. Hij mag in het seizoen 2017-2018 dus wél meespelen met de U21.


Vraag: mag een jeugdspeler van 15 of 16 jaar worden opgesteld in een junioren-competitiewedstrijd?

Antwoord: Ja. Volgens de reglementen van de KBVB, artikel 1009, moeten spelers voldoen aan bepaalde maximum-leeftijdsvoorwaarden bij de jeugdploegen. Ze mogen niet ouder zijn dan de categorie waarin ze uitkomen, bv. een speler van 18 jaar mag niet uitkomen bij de U15 of U17 (bij de eerste ploegen is die minimum-leeftijd er wel: 16 jaar).

Bij die leeftijdsvoorwaarden is er echter GEEN MINIMUM-LEEFTIJD. Een speler van 15 bijvoorbeeld mag dus bij de juniors-U21 spelen.


Vraag: een jeugdspeler is 16 jaar geworden. Kan hij kiezen om het volgende seizoen te gaan spelen bij een andere club, en daar een contract tekenen, en zo ja wanneer?

Antwoord: een speler heeft altijd de status van amateur tot hij de leeftijd van 16 jaar bereikt heeft.

Hij kan een andere club kiezen en daar een contract tekenen vanaf de dag dat hij 16 is geworden.

De algemene regeling: elke amateurvoetballer kan elk jaar gedurende de hele maand april beslissen om bij een andere ploeg te gaan spelen, en daar dus al een contract tekenen. Hij zal bij zijn nieuwe club dus in de eerste ploeg mogen spelen, vermits hij daarvoor de minimum leeftijd bereikt heeft: 16 jaar.


Vraag: vanaf welke leeftijd mag een meisje meespelen in de eerste ploeg in de provinciale competitie- en bekerwedstrijden?

Antwoord: een speelster mag spelen bij de eerste ploeg vanaf haar 14 jaar (op de dag van de wedstrijd) in de provinciale reeksen (in tegenstelling tot de nationale reeksen, daar mag dat vanaf 15 jaar. In de Women's BeNe League is dat 16 jaar).

Extra: meisjeskadetten mogen geen 15 jaar zijn voor 1 januari die het seizoen voorafgaat, en ze moeten 10 jaar zijn op de dag van de wedstrijd.


Terug naar overzicht


Vraag: tot welke leeftijd mag een meisje meespelen in een gemengde jeugdploeg, dus samen met de jongens?

Antwoord: in principe mag een meisje meespelen met de jongens tot de U18, in de praktijk over het algemeen tot de U17, "de scholieren" dus. Maar om in een (nieuw) seizoen te mogen doen mag ze géén 17 jaar zijn op 1 januari van het jaar voorafgaand op dit (nieuwe) seizoen. Bijvoorbeeld: het seizoen 2012-2013: daarvoor moet ze geboren zijn na 1 januari 1995, dus vanaf of na 2 januari 1995. Dan mag ze nog met de U17 meespelen.


Terug naar overzicht


Vraag: wat indien een speler méér dan één aansluitingsformulier tekent, al dan niet per vergissing, aan welke club zal dan hij worden toegewezen?

Antwoord: Volgens artikel 513 van het bondsreglement met betrekking tot meerdere ingezonden aansluitingsformulieren voor dezelfde speler, kan eenzelfde persoon NIET aan méér dan één effectieve voetbalclub toegewezen worden.

Indien de Bondsadministratie:
1. voor eenzelfde persoon meerdere aansluitingsdocumenten ontvangt, wordt enkel het EERSTE correct opgemaakte en verzonden formulier als geldig beschouwd.

2. op zeker ogenblik vaststelt dat twee aansluitingen BIJ VERGISSING werden aangenomen en de persoon hierdoor aan twee verschillende clubs werd toegewezen, wordt in principe het formulier, dat het EERST volledig en met de correcte gegevens werd ingezonden, als het ENIG GELDIGE erkend.


Terug naar overzicht


Vraag: wat betreft een veteranenploeg die in competitie uitkomt, hoe zit dat met de toegelaten leeftijden, en hoeveel spelers mogen er jonger zijn dan 35 jaar?

Antwoord: De planning van de kampioenschappen vermeldt dat bij de veteranencompetitie (of bijzondere reserven):
1. het verplicht spelers moeten zijn die op de dag van de wedstrijd de leeftijd van 35 jaar moeten bereikt hebben,
2. er toch toelating wordt verleend om maximaal 5 spelers in te schrijven op het scheidsrechtersblad die op de dag van de wedstrijd minstens 30 jaar oud zijn. Indien er bijvoorbeeld zes spelers tussen 30 en 34 op het wedstrijdblad vermeld worden zal die ploeg bestraft worden met een forfaitnederlaag.
3. bijkomende richtlijn: er mogen geen spelers opgesteld worden die gedurende het reeds lopende seizoen ingeschreven zijn geweest op het scheidsrechtersblad van een competitie- of bekerwedstrijd van eender welk eerste elftal. Dit verbod geldt niet voor de doelman.


Terug naar overzicht

IDENTIFICATIE VAN SPELERS

Vraag: welke identificatie moet een speler of speelster voorleggen om aan een officiële wedstrijd deel te mogen nemen?

Antwoord: Voor elke wedstrijd moet de scheidsrechter de identiteit controleren van alle spelers van wie de naam op het wedstrijdblad voorkomt. Deze controle geschiedt in tegenwoordigheid van de betrokken spelers en van de officiële afgevaardigden van beide ploegen.

Mogen geldig worden voorgelegd als officiëel identiteitsbewijs:
* een gemeentelijke identiteitskaart of elk ander officiëel document mét foto, afgeleverd door een officiële administratie, dus ook het papier "elektronische beschikbare gegevens op uw I.K.", afgeleverd door de gemeente.
* een identiteitskaart uitgereikt door een ander land.
* het Belgisch identiteitsbewijs voor een kind onder de 12 jaar, afgeleverd door de gemeentelijke administratie, mét foto van de houder én een stempel van de gemeente.
* een Belgisch of buitenlands rijbewijs mét foto en stempel van de overheid die het document aflevert (opgelet: op de Belgische documenten die afgeleverd worden vooraleer het definitieve rijbewijs wordt toegekend, zoals de voorlopige bewijzen model 1, model 2 en model 3 en de leervergunning, staat géén foto. Zij kunnen bijgevolg niet worden aanvaard).
* een Belgisch of buitenlands paspoort of reispas.
* verblijfsdocumenten mét foto, afgeleverd aan vreemdelingen door een Belgische gemeentelijke overheid:
- identiteitskaart voor vreemdeling (geel),
- verblijfskaart van een onderdaan van een lidstaat van de EEG (blauw),
- attest van immatriculatie model B voor onderdanen van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen (paars),
- attest van immatriculatie model A (oranje),
- bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister (wit).
* elk document afgeleverd door een gemeentelijke administratie (over het algemeen genaamd Bijlage nr. xxx in de rechterbovenhoek), overeenkomstig de wetgeving op de vreemdelingen, mét een foto van de houder én de stempel van de gemeente.
* een vervangdocument mét foto én een stempel van de overheid op of naast de foto, afgeleverd door de plaatselijke politiediensten, ingeval van verlies of diefstal van de identiteitskaart.

Extra opmerkingen (medegedeeld door het VACLA-bestuur op de reeksvergadering (dames) van 26 juni 2011):
* Een scheidsrechter mag geen paspoort bij zich houden.
* Een uitdraai via een ID kaartlezer is rechtsgeldig. Ook dit zelf afgedrukt document volstaat dus als identificatie, maar ook de foto moet er bij op staan.
* Een studentenkaart afgeleverd door de Vlaamse gemeenschap, mét foto van de houder, is rechtsgeldig.

** Let op !!! Enkel de originele documenten mogen voorgelegd worden. Een fotokopie van een identiteitskaart e.d. wordt NIET als geldig identificatiebewijs aanzien.

** LET OP !! Een scheidsrechter is NIET verplicht om voor de wedstrijd aan te geven dat een voorgelegd identiteitsbewijs niet voldoende is voor de identificatie, én dat dit dus een forfaitnederlaag zal opleveren voor de betreffende ploeg.

PS: Een identiteitsbewijs waarvan de geldigheid vervallen is doet géén afbreuk aan de identiteit van de houder van het document. Het duidt uitsluitend op een administratieve nalatigheid van de houder, of op een wijziging van zijn statuut zonder verband met zijn identiteit. Bijgevolg mag de scheidsrechter dit document niet weigeren.

LET OP !
DE KIDS "ID - KAART"

Belangrijk voor onze (jonge) voetballers, ouders en ploegafgevaardigden!

Kids ID Kinderen ouder dan 12 jaar krijgen nu al automatisch een "normale" identiteitskaart en kunnen (moeten) die ook gebruiken voor de wedstrijden. Voor hen wordt dan ook aangeraden om een "Kids-ID kaart" aan te vragen bij de diensten van het gemeentehuis.

Deze "Kids-ID" (hiernaast afgebeeld) is trouwens ook nodig voor trips en reizen binnen Europa en naar enkele niet-Europese landen.

De "Kids-ID kaart" kan trouwens ook gebruikt worden om veilig op het internet te surfen. Meer info ziet u hier.

PS: Vanaf 30 juni 2010 kan de rode "Primo Club Card" NIET meer gebruikt worden als identificatie voor de voetbalwedstrijden. Deze kaart voorleggen als identificatie leidt onherroepelijk tot een forfaitnederlaag.


Terug naar overzicht

VERGOEDING SCHEIDSRECHTERS

Vraag: hoe zit dat met de vergoeding van de scheidsrechters en de eventuele "gelegenheids"-scheidsrechters?

Antwoord: We hebben het hier over de vergoeding en de verplaatsingskosten voor gelegenheidsscheidsrechters in wedstrijden vanaf de miniemen tot en met de eerste ploegen (bron: (c) www.belgianfootball.com).

Zie ook artikel 819 en 820 van het bondsreglement.

Onder "gelegenheidsscheidsrechter" wordt verstaan: "hij of zij die de wedstrijd leidt" (of hij of zij nu actieve scheidsrechter is of niet).

* De officiëel aangeduide scheidsrechter is en blijft afwezig:

De gelegenheidsscheidsrechter ontvangt een bedrag van 20 euro als wedstrijdvergoeding (tarief op 30/3/2017), maar ontvangt géén verplaatsingskosten.

* De officiëel aangeduide scheidsrechter komt te laat:

De gelegenheidsscheidsrechter die de wedstrijd heeft aangevangen en de te laat komende scheidsrechter die de leiding dient over te nemen ontvangen ieder 10 euro als wedstrijdvergoeding (tarief op 30/3/2017) .
De gelegenheidsscheidsrechter ontvangt geen verplaatsingskosten.
De te laat komende scheidsrechter ontvangt, indien hij nog aantreedt, ook zijn verplaatsingskosten.

* De officiëel aangeduide scheidsrechter kwetst zich voor de wedstrijd, en kan deze niet aanvangen:

De gelegenheidsscheidsrechter ontvangt 20 euro als wedstrijdvergoeding (tarief op 30/3/2017), terwijl de gekwetste scheidsrechter géén wedstrijdvergoeding ontvangt.
De gelegenheidsscheidsrechter ontvangt geen verplaatsingskosten.
De gekwetste scheidsrechter ontvangt enkel zijn verplaatsingskosten.

* De officiëel aangeduide scheidsrechter kwetst zich tijdens de wedstrijd:

De scheidsrechter die zich kwetst gedurende de wedstrijd behoudt zijn vergoeding en verplaatsingskosten.
De gelegenheidsscheidsrechter die de wedstrijd verder zal leiden, heeft géén recht op een vergoeding of verplaatsingskosten.

* Wedstrijd waarvoor er geen scheidsrechter werd aangeduid:

De gelegenheidsscheidsrechter ontvangt 20 euro als wedstrijdvergoeding, maar geen verplaatsingskosten.

* Afgelaste wedstrijd (= een wedstrijd die omwille van externe omstandigheden niet kan doorgaan (weer, modder, enz.):

Indien de scheidsrechter de wedstrijd aflast, ontvangt hij de helft van de "gewone" vergoeding plus de volledige verplaatsingskosten.

Een wedstrijd kan ook niet aanvangen wanneer bv. de lichtinstallatie niet werkt, of het speelveld niet reglementair in orde is. Hier ontvangt de scheidsrechter de volledige vergoeding, omdat er in dit geval een tekortkoming is van de thuisclub.

De gelegenheidsscheidsrechter die bij afwezigheid van de officiëel aangeduide scheidsrechter een wedstrijd uitstelt, ontvangt géén wedstrijdvergoeding of verplaatsingskosten.

* Indien een wedstrijd wordt gestaakt, om welke reden dan ook, dan ontvangt de scheidsrechter toch zijn volledige vergoeding, dus de "gewone" vergoeding plus de verplaatsingskosten.

* Betaling:

De vergoedingen moeten vóór de wedstrijd door de bezochte of de organiserende club betaald worden. Bij afwezigheid van de officiëel aangeduide scheidsrechter worden de vergoedingen betaald na afloop van de wedstrijd.


Terug naar overzicht

PROVINCIALE TRAINERS - VEREISTE DIPLOMA'S

Vraag: welke vereisten en/of diploma's moeten trainers hebben om hoofdtrainer te zijn van een ploeg uit de provinciale reeksen?

Antwoord: deze vereisten staan vermeld in artikel 332 van de bondsreglement. Hieronder ziet u de voornaamste punten van dat reglement.

* Iedere club is verplicht zich te verzekeren van de diensten van één of meer gediplomeerde trainers.

* In eerste provinciale afdeling heren: een "UEFA B" gediplomeerde trainer met geldige licentie die effectief als hoofdtrainer van de eerste ploeg moet optreden.
Tot 30.06.2018 wordt de volgende afwijking toegestaan: één trainer die in het bezit is van het getuigschrift A.

* In tweede provinciale afdeling heren: een "UEFA B" gediplomeerde trainer met geldige licentie die effectief als hoofdtrainer van de eerste ploeg moet optreden.
Tot 30.06.2018 wordt de volgende afwijking toegestaan: één UEFA-B gediplomeerde trainer.

* In derde provinciale afdeling heren: de club is in regel indien de hoofdtrainer van de eerste ploeg minstens minimum een getuigschrift C heeft.

* In vierde provinciale afdeling heren: de club is in regel indien de hoofdtrainer van de eerste ploeg minstens minimum een getuigschrift C heeft.

* Bij de provinciale dames zijn er voorlopig geen vereisten of verplichte diploma's.

Extra: een club waarvan de eerste ploeg promoveert, beschikt onmiddellijk over een periode van twee opeenvolgende seizoenen om zich in regel te stellen met de nieuwe situatie inzake de verplichtingen van het in dienst nemen van gediplomeerde trainers. Deze periode wordt herleid tot één seizoen voor een club die stijgt naar het profvoetbal.


Terug naar overzicht

TOEKENNING VAN DE TITEL

Vraag: hoe zit dat wanneer twee ploegen gelijk eindigen aan het eind van de competitie in provinciale? Wie is dan kampioen, en waarmee houdt men rekening?

Antwoord: indien bij de eerste ploegen heren of dames twee ploegen gelijk eindigen in punten is de titel voor de ploeg met het meeste aantal gewonnen wedstrijden. Men houdt bij gelijkheid in punten en gewonnen wedstrijden (tot en met het seizoen 2016-2017) géén rekening met doelsaldo of doelpunten voor en tegen om de titel toe te kennen.

* Als er dus zowel gelijkheid in punten als in gewonnen wedstrijden is, dan wordt er een testwedstrijd gespeeld tussen deze twee ploegen op neutraal terrein, met eventueel strafschoppen bij gelijke stand. Die testwedstrijd wordt in principe altijd één week na de laatste speeldag afgewerkt.

MAAR... vanaf het seizoen 2017-2018 komt er, indien twee of méér ploegen in het eindklassement zowel qua punten als gewonnen wedstrijden gelijk eindigen, een derde bepalende parameter bij: het doelsaldo !
Enkel indien deze drie parameters gelijk zijn volgt er nog een testwedstrijd voor het kampioenschap. Vermits een volledig gelijke stand bij die drie parameters zeer zelden zal voorkomen, zal er ook zelden nog een testwedstrijd nodig zijn, en kunnen de eindrondes een week vroeger beginnen.

* Bij de gewestelijke reserven- en jeugdploegen wordt er door de bond géén officiële titel toegekend aan het einde van de competitie. Hier zijn dus ook geen testwedstrijden bij eventuele gelijkheid in punten en gewonnen wedstrijden in het eindklassement.

* Het is de clubs wel toegestaan om één of meer van hun gewestelijke reserven- en jeugdploegen binnen de club als "kampioen" in hun reeks te bestempelen.

* Bij de provinciale reserven, beloften, juniors enz. wordt er door de provinciale bond wél een officiële titel toegekend.


Terug naar overzicht


Vraag: in de nationale reeksen: hoe zit dat wanneer twee ploegen gelijk eindigen aan het eind van de competitie, zowel voor de titel als voor de bepaling van de degradatie? Wie is dan kampioen, wie degradeert, en waarmee houdt men rekening?

Antwoord: indien bij de eerste ploegen van de nationale reeksen heren twee ploegen gelijk eindigen in punten, dan bepaalt artikel 1531/13/24 de eindpositie volgens deze modaliteiten:

- het grootste aantal overwinningen,
- het beste doelpuntensaldo,
- het grootste aantal gemaakte doelpunten,
- het grootste aantal doelpunten gemaakt op verplaatsing,
- het grootste aantal overwinningen op verplaatsing,
- de einduitslag van een te spelen barragematch, met eventueel verlengingen en een strafschoppenreeks.


Terug naar overzicht

SCHEIDSRECHTERSBLADEN

Vraag: hoe zit dat met die scheidsrechtersbladen (kleur, verzending, boetes enz.) ?

Antwoord:
Vanaf het seizoen 2013-2014 geldt voor de eerste ploegen in het provinciaal voetbalenkel nog het digitaal wedstrijdblad. De jeugdreeksen volgen later.

* De clubs worden moeten de afdeling en de reeks invullen bij het opmaken van het scheidsrechtersblad. (bijvoorbeeld Heren A reeks 4D, Dames B reeks 3ADA, enz...)
* Ook dienen de namen van de ploegen ( met eventueel bijkomende letter) vermeld te worden. De volledig aangepaste kalender kan men steeds terugvinden op de website van de KBVB.

De club op wier terrein een wedstrijd wordt gespeeld moet dus een scheidsrechtersblad opmaken, een speciaal formulier afgeleverd door de Secretaris Generaal.
Dit formulier heeft:
* Een roze kleur voor de wedstrijden van het kampioenschap en van een eindronde, van de Beker van Belgie en van de provinciale beker.
* Een gele kleur, voor de vriendschappelijke wedstrijden en tornooien die de normale wedstrijdduur hebben (zowel van seniors als jeugd).
* Een witte kleur met diagonale gele streep voor alle wedstrijden (kampioenschaps- en vriendschappelijke wedstrijden) van preminiemen, duiveltjes en debutantjes, U6 tot U11. Dit scheidsrechtersblad heeft het voordeel dat indien de thuisclub met het A en B (of C en D) ploegje tegen dezelfde tegenstrever speelt, er slechts één scheidsrechtersblad dient ingevuld te worden een witte kleur, voor de tornooien met verkorte wedstrijdduur.

Verzending:
* Op straffe van een boete van 4,00 EUR tot 10,00 EUR - naargelang de vertraging - moet ieder origineel exemplaar van het wedstrijdblad overgemaakt worden aan de secretaris van het Sportcomité of van het Provinciaal Comité, naargelang het geval, op de eerste werkdag na de wedstrijd door de club, op wier terrein de match gespeeld werd.
* Meer details: de clubs worden er aan herinnerd dat de wedstrijdbladen moeten overgemaakt worden aan het Provinciaal secretariaat, Brieleke 18, 2160 Wommelgem, op de eerste werkdag na de wedstrijd door de club, op wier terrein de match gespeeld werd. Naargelang de vertraging worden volgende boeten opgelegd : (datum poststempel is rechtsgeldig).

Boetes:
* Bedragen van de boetes i.g.v. wedstrijd op zondag gespeeld:
verzonden op:
dinsdag 4.00 Euro
woensdag 6.00 Euro
donderdag 7.93 Euro
na donderdag 10.00 Euro.
(deze "standaard" bedragen kunnen worden aangepast na een beslissing van de bond)
Bij herhaalde inbreuken kan het Provinciaal Comité beslissen om de boete op te leggen per wedstrijdblad.


Terug naar overzicht

DE COMPETITIE

Vraag: waarom wordt er soms een "dubbel forfait" gegeven, en waarom staat er dan "F2" op de website van de voetbalbond, bij de uitslag van een wedstrijd, en hoe zit dat dan met de punten ?

Antwoord: de reden van een "dubbel forfait" kan een beslissing zijn van de "groene tafel", één van de provinciale of nationale comités binnen de voetbalbond die sommige zaken onderzoeken, bijvoorbeeld een geschorste wedstrijd waarbij men oordeelt dat beide ploegen een straf verdienen, of indien twee clubs tegelijkertijd een forfait hebben aangevraagd, of een mogelijke andere reden die als een zware fout van beide clubs wordt beschouwd.

De vermelding "F2" op de website van de KBVB betekent dat beide ploegen een forfait krijgen, en dat beide ploegen dus een 0 - 5 nederlaag krijgen als uitslag.

Concreet betekent een "F2" dat beide ploegen in de klassering vijf extra tegengoals krijgen en géén extra "gescoorde" goals. Beide ploegen krijgen er ook géén extra punt bij.

Mocht de "F2" achteraf worden uitgesproken als de wedstrijd bijvoorbeeld geëindigd was in een zege voor één van de twee teams, dan vervallen dus de drie punten van die wedstrijd, maar ook de eventueel gescoorde goals voor en tegen van beide ploegen in die wedstrijd.


Terug naar overzicht


Vraag: kan een damesploeg die een algemeen forfait geeft of krijgt volgend seizoen terug inschrijven in de competitie?

Antwoord:
1. De aanleiding tot een algemeen forfait: indien een damesclub of damesafdeling drie keer achtereenvolgens of vijf keer in de loop van het seizoen forfait verklaart voor haar A-ploeg of voor haar B-ploeg, C-ploeg, D-ploeg, enzovoort, wordt zij beschouwd als hebbende algemeen forfait gegeven voor de betrokken ploeg.

2. Nieuw sinds april 2012: in geval van een algemeen forfait of ontslag kan de desbetreffende ploeg zich het volgende seizoen TOCH TERUG INSCHRIJVEN, maar dan enkel in de laagste provinciale afdeling.


Terug naar overzicht


Vraag: hoe zit dat indien er een herenploeg drie keer achtereenvolgens of vijf keer in de loop van het seizoen forfait geeft?

Antwoord:
1. Indien het gaat om een ploeg die nationaal of provinciaal speelt, eerste ploegen maar ook bijvoorbeeld provinciale reserven, juniors, scholieren, kadetten enz... dan wordt zij beschouwd als hebbende algemeen forfait gegeven voor de betrokken ploeg.

2. Een algemeen forfait van een provinciaal spelende reservenploeg heeft wel tot gevolg dat het seizoen nadien niet provinciaal gespeeld kan worden met de reserven, enkel gewestelijk.

3. Nieuw sinds 2013-2014 in de provincie Antwerpen wat de GEWESTELIJKE ploegen betreft: de regeling van drie opeenvolgende forfaits, of in totaal vijf forfaits tijdens een seizoen is uit het reglement verdwenen. In het geval van gewestelijk spelende ploegen zijn er dus geen gevolgen meer (lees: algemeen forfait) bij drie achtereenvolgende forfaits of vijf forfaits in de loop van het seizoen.

Terug naar overzicht

DE EUROPESE TICKETS

Vraag: hoeveel Europese tickets zijn er voor de Belgische ploegen, en welke criteria worden er toegepast ?

Antwoord: eerst even dit: de UEFA besliste dat vanaf 2015 de verliezende bekerfinalist in de Europese landen niet meer automatisch geplaatst is voor de Europa League.

En ook dit: de winnaar van de reguliere competitie na de 30 wedstrijden in 1e Klasse A, de Jupiler Pro League, krijgt automatisch een plaats in de Europa League. Indien de ploeg ook de landstitel wint wordt dat een plaats in de Champions League.

De Belgische clubs krijgen 5 Europese tickets. Telkens één voor :
- de groepsfase van de Champions League.
- de derde voorronde van de Champions League.
- de groepsfase van de Europa League.
- de derde voorronde van de Europa League.
- de tweede voorronde van de Europa League.

Hoe zit dat, nadat Play-Off 1 volledig is afgewerkt ?
Er zijn twee mogelijke scenario's.

Versie A. Indien de Bekerwinnaar NIET 1e of 2e eindigt in Play-Off 1.
1. De club die 1e eindigt plaatst zich rechtstreeks voor de groepsfase van de Champions League.
2. De club die 2e eindigt plaatst zich voor de derde voorronde van de Champions League.
3.1. De Bekerwinnaar (Cofidis Cup) plaatst zich rechtstreeks voor de groepsfase van de Europa League.
4.1. De club die 3e eindigt plaatst zich voor de derde voorronde van de Europa League.
5.1. De club die 4e eindigt speelt heen en terug tegen de eindwinnaar van Play-Off 2. De winnaar van deze barragewedstrijden plaatst zich voor de tweede voorronde van de Europa League.
6. De club die 5e eindigt speelt niet Europees.

Versie B. Indien de Bekerwinnaar 1e of 2e eindigt in Play-Off 1.
Punt A.1 en A.2 blijven hetzelfde. Maar dan zijn er andere voorwaarden wat de 3e, 4e en 5e betreft.
3.2. De club die 3e eindigt plaatst zich in dat geval rechtstreeks voor de groepsfase van de Europa League.
4.2. De club die 4e eindigt plaatst zich in dat geval voor de derde voorronde van de Europa League.
5.2. De club die 5e eindigt speelt in dat geval tegen de eindwinnaar van Play-Off 2. De winnaar van deze barragewedstrijden plaatst zich in dat geval voor de tweede voorronde van de Europa League.


Terug naar overzicht

PROVINCIALE TRANSFERS

Vraag: In welke periode kunnen gewone binnenlandse transfers ingezonden worden naar de KBVB?

Antwoord:
Vanaf 1 juli 2015:
1. In tegenstelling tot de eerdere periode (1 juni tot 30 juni) kunnen alle clubs vanaf 2015 spelertransfers inzenden naar de KBVB vanaf 1 juni tot en met 31 augustus.
2. In dat geval zijn er ook geen speelbeperkingen.
3. De transfers die gerealiseerd worden tot en met 30 juni worden geboekt op 1 juli van dat jaar. Ze gelden ook als eerste transfer van het nieuwe seizoen.
4. Bij de provinciale dames wordt de periode van inzenden eveneens aangepast (vanaf 1 juli 2015). Tot nu toe was die periode 1 juli tot en met 31 december, maar dat wordt 1 september tot en met 31 december.

De voorwaarden, opgesomd in punt 1, 2 en 3, gelden voor alle clubs uit het nationale en provinciale voetbal.


Terug naar overzicht


Vraag: Wanneer moet een speler zijn ontslag geven bij een provinciale club indien hij daar weggaat, en tot hoelang mag hij na zijn gegeven ontslag nog meespelen bij die club?

Antwoord:
1. een speler kan zijn ontslag geven tussen 1 april en 30 april.
2. maar (nieuw sinds 2017): ontslag buiten de periode tot 30 april kan dat nog aanvaard worden, mits akkoord van de club waarbij ontslag wordt genomen.
3. de speler die zijn ontslag gaf mag nog tot 30 juni meespelen bij de club waar hij zijn ontslag gaf.
4. extra: voor het ontslag en/of de nieuwe aansluiting van een minderjarige speler is de handtekening van een houder van het ouderlijk gezag vereist.


Terug naar overzicht


Vraag: Als een speler zijn ontslag bij een provinciale club heeft gegeven, wanneer kan hij dan aansluiten bij een andere club?

Antwoord:
een speler die tussen 1 april en uiterlijk op 30 april zijn ontslag bij een club heeft gegeven mag vanaf 15 mei (was eerst 2 mei, maar is in oktober 2015 reglementair gewijzigd) terug aansluiten bij een andere club.


Terug naar overzicht


Vraag: hoelang duurt de transferperiode in het provinciale voetbal? Van wanneer tot wanneer kan een speler aansluiten bij een andere club?

Antwoord:
1. sinds 2013 duurt de "gewone transferperiode" in het provinciale voetbal van 2 mei tot en met 30 juni. Vanaf 1 juli 2015 is dat tot en met 31 augustus.
** Een concreet voorbeeld: een speler wil in augustus, en uiterlijk op 31 augustus, weggaan bij zijn huidige club, en bij een andere club aansluiten. Dat is perfect mogelijk, maar hij moet wel de toestemming krijgen van zijn huidige club. Dan kan hij overstappen naar een "nieuwe" club, én ook spelen in de eerste ploeg van die "nieuwe" club. Belangrijk is dat zijn transfer door beide clubs getekend wordt, en op de manier dus ook goedgekeurd wordt.
*** Belangrijke wijziging, goedgekeurd sinds oktober 2015: hoewel er normaal per seizoen slechts één transfer per speler wordt toegestaan, kan een speler uitzonderlijk een tweede transfer bekomen, namelijk in geval van een "gewone transfer" in de periode van 1 juli tot 31 augustus.
2. een speler die tussen 1 april en 30 april zijn ontslag bij een club heeft gegeven mag vanaf 15 mei (was 2 mei, maar de datum werd aangepast per 2015) tot en met 31 augustus terug aansluiten bij een andere club. Dat heet een "heraansluiting".
3. extra: indien het om een speelster gaat uit het damesvoetbal, dan kan er naast de zomerperiode ook een transfer gebeuren van 1 januari tot en met 31 januari.
Zie het schema in artikel 908 van het bondsreglement.


Terug naar overzicht


Vraag: wat is het verschil tussen een "gewone transfer" en een "heraansluiting?

Antwoord:
1. de "gewone transferperiode" waarin een speler van de ene club naar de andere kan overstappen, loopt tot en met 31 augustus. Dan spreken we van een gewone binnenlandse transfer van een speler, tussen twee clubs, zoals dat wordt bepaald in artikel 908 van het bondsreglement. En dan hebben we het over spelers die uitkomen voor een eerste elftal.

2. de "heraansluiting" loopt eveneens tot 31 augustus, maar wat is een heraansluiting? Daar is sprake van als een speler-amateur (bv. in provinciale) eerst tussen 1 en 30 april zijn ontslag geeft bij zijn club, en zich daarna, vanaf 2 mei, opnieuw "heraansluit" bij de KBVB, en daarbij een nieuwe club (uit het amateurvoetbal) kan kiezen waaraan hij ook wordt toegewezen. De uiterste datum van deze "heraansluiting" is (sinds 2013) 31 augustus (indien dit na die datum later gebeurt mag de speler niet in een eerste elftal uitkomen). Zie artikel 901 tot 912 van het bondsreglement.


Terug naar overzicht


Vraag: kan een speler die in de 3e klasse amateurs uitkomt, en die op 1 januari of later een transfer doet naar een club uit provinciale, meteen worden opgesteld in de eerste ploeg van die provinciale club?

Antwoord:
Neen. De speler moet wachten tot het nieuwe seizoen om in het eerste elftal, of ook bij de reserven of juniors van zijn nieuwe club mee te spelen. Zie ook KBVB-artikel 908.


Terug naar overzicht

DAMESSPEELSTERS

Vraag: vanaf welke leeftijd mag een meisje meespelen in een officiële competitie- of bekerwedstrijd van de eerste ploeg/seniores?

Antwoord: in september 2012 werd er beslist dat
1. de speelsters die de dag van de wedstrijd 14 jaar oud zijn mogen deelnemen aan de wedstrijden voor seniores in de provinciale afdelingen.
2. de speelsters die de dag van de wedstrijd 15 jaar oud zijn mogen deelnemen aan de wedstrijden voor seniores in de nationale afdelingen.


Terug naar overzicht


Vraag: hoe zit dat met een mogelijke klasseverlaging tussen de verschillende eerste vrouwenploegen van een club, en wat zijn de specifieke voorwaarden voor deelname aan wedstrijden van vrouwenploegen in de reguliere competitie?

Antwoord:
1. Het verbod tot klasseverlaging betekent dat maximum drie speelsters die bij de vorige speeldag aan de officiële kampioenschapswedstrijd van de A-ploeg effectief hebben deelgenomen, mogen deelnemen aan een kampioenschapswedstrijd van een andere eerste ploeg van deze club, bijvoorbeeld de B- of C-ploeg. Bovendien mag slechts één van deze speelsters tijdens die wedstrijd van de A-ploeg meer dan één speelhelft gespeeld hebben.

2. Het verbod tot klasseverlaging betekent dat maximum vier speelsters die bij de vorige speeldag aan de officiële kampioenschapswedstrijd van de A- of B-ploeg effectief hebben deelgenomen, mogen deelnemen aan een kampioenschapswedstrijd van de C-ploeg. Bovendien mag slechts één van deze speelsters tijdens die wedstrijd van de A-ploeg of de B-ploeg meer dan één speelhelft gespeeld hebben.

3. Bij eindronde-, kwalificatie- of testwedstrijden mag men in een eerste vrouwenploeg géén speelsters opstellen die aan drie of meer wedstrijden hebben deelgenomen tijdens de laatste zes kampioenschapswedstijden van een in een hogere afdeling spelende eerste vrouwenploeg.


Terug naar overzicht


Vraag: zijn er, in verband met een mogelijke klasseverlaging, specifieke voorwaarden voor deelname aan wedstrijden van vrouwenploegen bij eindronde-, kwalificatie- of testwedstrijden?

Antwoord: ja, en bij de reglementswijziging van 1 juli 2017 (artikel 1019) werden die voorwaarden aangescherpt.

Wat mogelijke klasseverlaging in eindronde-, kwalificatie- of testwedstrijden betreft: mag men in een eerste vrouwenploeg géén speelsters opstellen die aan drie of méér wedstrijden hebben deelgenomen tijdens de laatste zes kampioenschapswedstijden van een in een hogere afdeling spelende eerste vrouwenploeg.


Terug naar overzicht

HET REGLEMENT VAN DE KBVB (c)
WAAR STAAT WAT ?

De reglementen van de Koninklijke Belgische Voetbalbond "KBVB" geven in alle gevallen uitsluitsel over diverse zaken in het nationale en provinciale voetbal. Als onafhankelijke website verwijzen we vaak naar dit reglement, waarvan de expliciete inhoud volledig en onverkort tot het copyright van de KBVB behoort.

Om de vele vragen van bezoekers van www.voetbalexpress.be te beantwoorden raadplegen ook wij het KBVB-Reglement (c). Het zou ons te ver leiden om bij elk antwoord het artikelnummer van het bondsreglement te vermelden, ook wat deze webpagina "Hoe zit dat?" betreft.

Daarom hebben we een schema opgesteld dat de interessante onderdelen van het KBVB-Reglement (c) bevat, mét de vermelding van het "Artikelnummer", om op die manier snel zaken op te zoeken. Voor de rechtstreekse link naar de reglement-pagina van de KBVB-website in een PDF-bestand, klik hier

KBVB - BONDSREGLEMENT
ONDERWERPEN EN ARTIKELNUMMERS

Onderwerp Artikelnummer(s)
Verplaatsingskosten scheidsrechters. Blokkensysteem32
De Provinciale algemene vergadering136 t/m 141
Het Uitvoerend Comité. Samenstelling, bevoegdheden, enz.231
Clubs en hun toetreding tot de KBVB. Procedures, statuten, enz.301 t/m 308
Bestuursleden. Aantal, voorwaarden, procedures311 en 312
De Gerechtigd Correspondent313
Samenwerkingsverband voor jeugdploegen327
Gediplomeerde trainers per club. Vereisten332
Spelers. Aansluiting, toewijzing501 t/m 505 - 511 t/m 515
Spelers. Ontslag. Heraansluiting. Speelgerechtigdheid521 - 522
Trainers, voorwaarden en opleidingen606
Transfers. Boeking, procedures, periodes, uitzonderingen901 t/m 912
Kwalificatie van spelers. Wachttijd, leeftijd1001 t/m 1009
Specifieke voorwaarden heraansluiting of transfer. 1e Ploegen heren1016 - 1017
Specifieke voorwaarden kwalificatie reserven en jeugd. Klasseverlaging1018 - 1020
Specifieke voorwaarden kwalificatie dames. Klasseverlaging1019 - 1020
Het Speelveld. Afmetingen, voorschriften1206 t/m 1210 - 1426 t/m 1428
Wisselspelers. Aantallen, soorten en systemen. Alle afdelingen, ook de jeugd1222
Duur van de wedstrijden. Verlengen, herspelen, strafschoppen1231 - 1232 - 1233
Wedstrijdblad. Digitaal. Neutrale zone. Officiëlen1411 t/m 1420
Spelers. Identificatie, officiële identiteitsbewijzen, straffen1421 - 1422
Scheidsrechters. Afwezigheid, terugtrekking1430 t/m 1433
Klachten m.b.t. wedstrijden en speelveld1436 t/m 1440
Vriendschappelijke wedstrijden en tornooien1446 t/m 1450
Kampioenschappen. Onderverdeling, inschrijving1501 t/m 1507
Samenstelling reeksen. Algemeen. A- en B-ploegen1511 t/m 1513
Kalenders. Principes, wijzigingen, (nieuwe)datums, uren, uitstel1516 t/m 1523
Forfaits. Bepalingen, sancties, boetes, te laat, onvoldoende spelers, veld verlaten1526 t/m 1528
Eindrangschikking. Rangschikking periodekampioenschappen1531
Vrijgekomen plaatsen alle afdelingen1532
Periodekampioenschappen. Organisatie, principe, modaliteiten, rangschikking1538
Alles over de competitie in 1e nationale afdeling1541
Alles over het kampioenschap in 2e nationale afdeling + eindronde1543 - 1544
Alles over het kampioenschap in 3e nationale afdeling + eindronde1551 - 1552
Alles over het kampioenschap in 4e nationale afdeling + eindronde1554 - 1555
De Interprovinciale eindronde1557
1e Provinciale. Aantal ploegen, stijgers, dalers1561
2e Provinciale. Aantal ploegen, stijgers, dalers.1562
3e Provinciale. Aantal ploegen, stijgers, dalers.1563
4e Provinciale. Aantal ploegen, stijgers1564
Deelname eerste ploegen B aan de eindronde1568
Dames. Super League.1581
Dames 1e Nationale - Alle criteria1582
Dames 2e Nationale - Alle criteria1583
Dames 3e Nationale - Alle criteria1584
Provinciale Dames - Algemeen1586
Beker van België - Organisatie & Principes1601 t/m 1618
Dames Beker van België - Organisatie & Principes1631 t/m 1642
Beroepsprocedures - bevoegdheid en procedures1701 t/m 1723
Gele en rode kaarten - algemeen - strafprocedure1801 t/m 1810
Schorsingen - definitie - aard1906 t/m 1912
Overdracht van Patrimonium & stamnummer2016 t/m 2017



Terug naar overzicht

EEN RECHTSTREEKSE VRAAG STELLEN AAN DE KBVB

Vraag: kan ik op een snelle en gemakkelijke manier een vraag stellen aan de KBVB, over nationale of provinciale transfers, aansluitingen, schorsingen, enzovoort ?

Antwoord:
Jazeker. Vanaf 28 mei 2015 behandelt een nieuw opgericht klantgericht departement uw vraag, indien u die per e-mail verstuurt.

De KBVB, meer bepaald het "Klantgericht Departement", is permanent op zoek naar manieren om de dienstverlening aan alle clubs te verbeteren met betrekking tot aansluitingen, transfers en clubbeheer, zowel op nationaal als provinciaal vlak, en eveneens met betrekking tot disciplinaire zaken én het beheer van de competitie- en bekerkalenders op nationaal vlak.

Om de KBVB toe te laten iedereen zo snel en efficiënt mogelijk van dienst te zijn wordt er gevraagd om alle mogelijke vragen met betrekking tot bovenvermelde domeinen enkel en alleen via e-mail te stellen op dit e-mailadres: support@footbel.com.

Wanneer u toch een medewerker (telefonisch) aan de lijn zouden krijgen, zal hij of zij u ook vriendelijk wijzen op deze nieuwe manier van dienstverlening, waarna uw vraag of vragen dus naar het centrale mailadres mogen worden gestuurd. Het contacteren via e-mail in plaats van per telefoon zal u of uw club voortaan absoluut de snelste en beste informatie verschaffen als antwoord op uw specifiek probleem.


Terug naar overzicht

EERSTE PLOEGEN "B" IN PROVINCIALE

Vraag: wat zijn de voorwaarden om B-ploegen uit hogere reeksen in te schrijven in 4e provinciale, en hoe zit dat met het kampioenschap, het periodekampioenschap, de eindronde, de kwalificatie van de spelers, en stijgen of degraderen ?

Antwoord:
1. Een club uit het amateurvoetbal (van 4e provinciale tot 3e nationale) mag een eerste ploeg A en een eerste ploeg B inschrijven, indien ze:
a. voor dat seizoen ook minstens één reserven-elftal en drie jeugdploegen inschrijft. Minstens twee van die jeugdploegen moeten in het systeem 11 tegen 11 spelen én van verschillende leeftijdscategorieën zijn,
b. ook het vorige seizoen heeft beëindigd met minstens één reserven-elftal en drie jeugdploegen. Minstens twee van die jeugdploegen moeten in het systeem 11 tegen 11 spelen én van verschillende leeftijdscategorieën zijn.
* De bepalingen van punt 1a én 1b moeten allebei vervuld zijn.

2. De reeksindeling.
a. De eerste ploeg B van een club moet aantreden in een lagere afdeling dan die van de eerste ploeg A.
b. Indien een eerste ploeg A reeds in 4e provinciale zou spelen, dan zal de eerste ploeg B in een andere reeks van 4e provinciale worden ingedeeld.

3. Kampioenschap, periodekampioenschap, eindronde, stijgen en dalen.
Een eerste ploeg B kan, net als alle andere eerste ploegen, evengoed kampioen spelen, periodekampioen worden en deelnemer zijn aan de eindrondes voor promotie.
- Wanneer de A-ploeg zakt naar de afdeling waarin de B-ploeg aantreedt, dan wordt de B-ploeg verwezen naar de onmiddellijk lagere afdeling (behalve wanneer de A-ploeg naar de laagste provinciale afdeling zakt, want dan wordt de B-ploeg in een andere reeks ingedeeld.

4.a. Wanneer een eerste ploeg B kampioen zou spelen in zijn reeks, en dan zou stijgen naar dezelfde afdeling waarin de eerste ploeg A het volgende seizoen zou uitkomen, dan wordt de eerste ploeg B voor promotie vervangen door de 2de geklasseerde uit de eindrangschikking.
4.b. Deze 2de geklasseerde wordt in dit geval op zijn beurt in de eindronde vervangen. In dit geval wordt de eindrangschikking van het kampioenschap in dalende volgorde in aanmerking genomen voor het aanduiden van een vervanger.

5. De promotie-eindronde.
- Een eerste ploeg B mag normaal deelnemen aan de promotie-eindronde waarvoor ze zich reglementair heeft geplaatst.
Maar een eerste ploeg B mag niet deelnemen aan een eindronde,
- indien ze bij de start van de eindronde enkel zou kunnen stijgen naar de hogere afdeling waarin de A-ploeg het volgende seizoen zeker zal uitkomen.
- In dat geval wordt, voor het aanduiden van een vervangende club, de eindrangschikking van het kampioenschap in dalende volgorde in aanmerking genomen.

6. De kwalificatie van de spelers in de eerste ploeg B.
- Een club mag op het wedstrijdblad van een officiële wedstrijd van de eerste B-ploeg maximum drie spelers inschrijven die één van de laatste twee kampioenschapswedstrijden van het lopende seizoen van de eerste herenploeg A op het wedstrijdblad stonden.

- En bij eventuele test-, kwalificatie- of eindrondewedstrijden mogen er in de eerste herenploeg B géén spelers ingeschreven worden (op het wedstrijdblad) die aan méér dan de helft van de reeds gespeelde kampioenschapswedstrijden van het lopende seizoen van de eerste herenploeg A effectief begonnen zijn.

!! De uiterste datum om een B-ploeg in te schrijven ? Dat kan best tot drie dagen (en uiterlijk vijf dagen) nadat de laatste wedstrijden van de provinciale eindrondes zijn gespeeld, en de beslissingen voor promotie gevallen zijn.

** De eerste volledige tekst met de voorwaarden en reglementen over de eerste B-ploegen werd op 18 maart 2015 gepubliceerd door het Provinciaal Comité.
Deze tekst kan u bekijken in een pdf-document. Klik hier.


*** In mei 2017 werd de geactualiseerde tekst met de voorwaarden en reglementen voor de eerste B-ploegen door het Provinciaal Comité gepubliceerd.
Ook deze tekst kan u bekijken in een pdf-document. Klik hier.


Terug naar overzicht

TERMIJNEN OM EEN KLACHT IN TE DIENEN IN PROVINCIALE

Vraag: indien een club uit de provinciale reeksen een klacht wil indienen tegen een andere club in verband met het opstellen van niet-gerechtigde spelers of wedstrijdfeiten die tegen het reglement indruisen, wat is dan de termijn waarbinnen dit moet gebeuren ?

Antwoord:
Er zijn heel wat niveaus binnen het voetbal waar er een klacht kan neergelegd worden. Voor alle soorten klachten, bijvoorbeeld op nationaal niveau, verwijzen wij u naar het bondsreglement. Idem wat de termijnen van aansluitingen, affectaties, ontslagen en transfers van spelers betreft.

Wat de specifieke vraag hierboven betreft, zetten we de huidige reglementering op een rij. De leidraad bij de antwoorden is bondsartikel 1711.

1. Belangrijk! Indien een klacht buiten de gestelde termijn wordt ingediend is die klacht niet ontvankelijk. De club die de klacht te laat heeft ingediend heeft dus geen verhaal meer.

2. We hebben het hier dus over de kwalificatie van spelers.
Wat is de uiterste termijn om een klacht in te dienen?
a. In kampioenschapswedstrijden: binnen de 30 dagen na de desbetreffende wedstrijd waarin (volgens de "klager") één of meerdere niet-gerechtigde spelers werden opgesteld.

b. Na de laatste kampioenschapswedstrijd: uiterlijk binnen de 4 dagen volgend op de laatste wedstrijd van het kampioenschap.

c. Na testwedstrijden, play-offs, kwalificatiewedstrijden en eindrondewedstrijden: vóór 12 uur van de eerste werkdag, volgend op de wedstrijd. In dat geval moet de klacht per E-Kickoff naar de KBVB gestuurd worden, mét een kopie naar de tegenstrever.

- De klacht (na aan wedstrijd in geval 2c) moet eveneens binnen dezelfde termijn per E-Kickoff of per e-mail worden gemeld aan: de secretaris van het Sportcomité, of de Regional Manager (secretaris VFV-provinciale bond).

d. Na provinciale bekerwedstrijden: binnen de 4 werkdagen na de wedstrijd, via E-Kickoff of aangetekend aan het Algemeen Secretariaat van de K.B.V.B., Houba de Strooperlaan 145 bus 1 in 1020 Brussel.

- Belangrijk: een kopie van de e-mail of de brief moet via post of via e-kickoff dezelfde dag aan het Provinciaal Comité gestuurd worden.

Voor méér reglementen allerhande wat klachten betreft, verwijzen we u naar het Bondsreglement.

Terug naar overzicht

PROBLEMEN MET EN VRAGEN OVER E-KICKOFF

Vraag: Bestaat er iets of iemand waar ik vragen kan stellen over problemen met e-kickoff ?

Antwoord: Daar bestaat een speciale website voor waar u allerhande antwoorden kan vinden op vragen over administratieve zaken in verband met aansluitingen, transfers, het aanvragen van vriendschappelijke wedstrijden, aanpassingen aan de wedstrijdkalender, het invullen van de digitale wedstrijdbladen enzovoort.

Die website heet "Belgianfootball - Zendesk". Dit is de link naar de E-Kickoff-Helpdesk

Terug naar overzicht

ONBESPEELBAAR OF ONGESCHIKT TERREIN

Vraag: Wanneer is een terrein onbespeelbaar of ongeschikt, en welk verschil maakt men daarin ?

Antwoord:
!! Er wordt een verschil gemaakt tussen
1. een onbespeelbaar speelveld en
2. een ongeschikt speelveld.
We overlopen beide mogelijkheden.

1. Een "Onbespeelbaar Speelveld" is een speelveld dat wegens de weersomstandigheden niet kan gebruikt worden (bij sneeuw, vorst, modder, regen en mist).

De scheidsrechter kan een wedstrijd uitstellen of staken wanneer:
a. bij sneeuw:
* de lijnen onzichtbaar zijn.
* gevolgd door vorst, het speelveld gevaren oplevert.
* de sneeuw aan de bal kleeft zodat die onregelmatig wordt naar vorm en gewicht.

b. bij vorst:
* er bevroren waterplassen op het speelveld liggen.
* het speelveld harde, scherpe oneffenheden vertoont.
* de spelers hun evenwicht niet kunnen behouden.
* elke balcontrole onmogelijk is.

c. bij modder:
* de grond zo modderig is dat de spelers niet kunnen aanzetten.
Maar een bal die niet botst, of in het slijk blijft vaststeken, is op zichzelf geen reden om een speelveld onbespeelbaar te verklaren.

d. bij regen:
* een grote oppervlakte van het speelveld overstroomd is en de bal op die plaats de grond niet raakt.
* er onvoldoende zichtbaarheid optreedt.

e. bij mist:
* de zichtbaarheid onvoldoende is. Hier wordt er een verschil gemaakt:
– voor wedstrijden van eerste ploegen heren in hogere afdelingen behoort het uitsluitend tot de appreciatie van de scheidsrechter de wedstrijd aan te vangen of te staken.
– voor wedstrijden van lagere afdelingen, en voor vrouwenwedstrijden moet de scheidsrechter van op de doellijn van het midden van het ene doel het andere doel kunnen zien. Indien dat niet het geval is moet de wedstrijd worden uitgesteld of gestaakt.

!! Belangrijk: bij een "Onbespeelbaar speelveld" mag men uitwijken naar een ander speelveld.
Dit zijn daarvoor de criteria:
** Wanneer het speelveld vóór aanvang van de wedstrijd onbespeelbaar wordt verklaard, kan de bezochte club (de thuisclub dus) de wedstrijd doen spelen op één van haar andere door de bond goedgekeurde speelvelden, voor zover dit:
a. binnen een straal van 5 kilometer gelegen is van het onbespeelbaar speelveld, en
b. geen speciaal schoeisel vereist (kunstgrasveld).

** Wanneer het hoofdspeelveld dreigt te worden beschadigd door de weersomstandigheden, en bijgevolg (tijdens het weekend) een geplande wedstrijd van de eerste ploeg in het gedrang zou kunnen brengen, dan mag de thuisclub eenzijdig beslissen de wedstrijden van de andere categorieën te doen spelen op een (door de bond goedgekeurd) bijveld, gelegen binnen een straal van 5 kilometer rond het hoofdspeelveld.

! Indien dit bijveld een speelveld in kunstgras is, kan de bezoekende ploeg niet verplicht worden in te gaan op deze wijziging.

** Een speelveld dat én onbespeelbaar én ongeschikt is, zal door de scheidsrechter enkel onbespeelbaar verklaard worden (en niet als 'ongeschikt' aangemerkt worden).

** In geval van wedstrijden gespeeld op kunstgras: behalve bij wedstrijden voor eerste ploegen van het Prof-Voetbal (1A en 1B) moet de scheidsrechter overgaan tot afgelasting of stopzetting van een wedstrijd indien:
a. bij sneeuw:
de sneeuw het kunstgrasveld bedekt, waardoor het volgens de gebruiksvoorwaarden van de fabrikant, die aan de scheidsrechter dienen getoond te worden, verboden is ervan gebruik te maken.
b. bij vorst:
een temperatuur bereikt wordt die lager ligt dan deze toegestaan voor het kunstgrasveld in de gebruiksvoorwaarden van de fabrikant, die aan de scheidsrechter dienen getoond te worden.

!! Opgelet ! Een onbespeelbaar terrein is niet hetzelfde als een ongeschikt terrein !



2. Een "Ongeschikt Speelveld".
- Algemene instructie: op een "ongeschikt speelveld" mag niet gespeeld worden.

Een speelveld is ongeschikt indien:
a. een hindernis zich op het speelveld bevindt, of indien een hindernis zich op minder dan 3 meter van de buitenlijnen van het speelveld bevindt.
b. de doellijnen, de zijlijnen, de middenlijn, de doelgebieden, de strafschopgebieden, de hoekschopgebieden of de middencirkel niet of onvoldoende afgebakend zijn, of indien de punten in deze gebieden niet aangeduid zijn.
c. de lijnen uitgevoerd zijn in de vorm van greppels of met verboden producten.
d. de doelen of doelnetten ontbreken of stuk zijn en niet hersteld kunnen worden.
e. één of meerdere hoekvlaggen ontbreken bij aanvang van de wedstrijd.

!! Bij een "ongeschikt speelveld" mag men niet uitwijken naar een ander speelveld.

(brontekst: Koninklijke S.O.L.E.O. De vriendenkring van scheidsrechters uit Lier en ruime omgeving, website www.ksoleo.be)

Terug naar overzicht

ZELF WEDSTRIJDEN AFLASTEN

Vraag: Kan ik als club zelf wedstrijden aflasten ?

Antwoord:
Ja, maar enkel bij reserven- en jeugdwedstrijden.
Vanaf 1 januari 2017 werden er een aantal zaken aangepast bij het reserven- en jeugdvoetbal, en vooral de Vlaamse clubs uit de VFV en hun Gerechtigde Correspondenten (G.C.'s) hebben daarmee te maken.

Vanaf die datum worden er door het Provinciaal Comité bij de reserven en de jeugd in principe enkel nog "algemene" afgelastingen doorgevoerd bij onverwachte situaties en/of extreme weersomstandigheden.

En eventueel kunnen er, wat de reserven- en jeugdploegen betreft en dus NIET bij de eerste ploegen (!), één of meerdere wedstrijden afgelast worden door de thuisclub via via E-Kickoff, het "internet-systeem" waarlangs de contacten met de Voetbalbond verlopen. Ook een forfait kan op die manier worden doorgegeven.

De nieuwe regeling en de administratieve internet-procedure werd bezorgd aan de G.C.'s. Weven u hier ter info de links naar de instructiefilmpjes (of "tutorials") zoals ze door de Provinciale Voetbalbond op Youtube gezet werden.

* Voor de uitleg over Afgelastingen via e-kickoff, klik HIER.
* Voor de uitleg over Forfaits via e-kickoff, klik HIER.
* Er werd ook een pdf-file gemaakt met een schematisch overzicht. Klik HIER.

Terug naar overzicht

VERZORGERS EN KINESISTEN

Vraag: kan een verzorger ook een geschorst worden ?

Antwoord:
Jazeker, bij een rapportering door de scheidsrechter kan een verzorger die op de bank zit tijdens een wedstrijd, één week of meerdere weken geschorst worden. Die schorsing wordt beoordeeld en uitgesproken door het provinciaal comité.

Terug naar overzicht


Vraag: moet een verzorger/kinesist aangesloten zijn bij de club waarvoor hij op de bank zit en op het wedstrijdblad genoteerd staat ?

Antwoord:
Neen, de kinesist/verzorger moet niet bij de club aangesloten zijn. Maar hij moet vóór de wedstrijd wel zijn paspoort tonen aan de scheidsrechter(s).

Terug naar overzicht

WEBPAGINA "HOE ZIT DAT ?"

Op deze pagina vindt u het antwoord op een aantal gerichte vragen wat het reglement van de provinciale voetbalbond betreft, en diverse andere zaken. Vaak zijn er vragen waarop die reglementen geen sluitend antwoord geven, en daarom proberen we dat op deze pagina wél te doen. Geleidelijk aan zullen we de onderwerpen uitbreiden, mede op basis van wat onze bezoekers doorgeven.

De vragenstellers dienen er wel rekening mee te houden dat onze antwoorden op die "FAQ"s (frequently asked questions = vaak gestelde vragen) géén basis zijn om deze als argumenten te gebruiken bij een klacht die er eventueel bij de bond zou worden ingediend.

Mocht u een speciale vraag hebben waar u geen sluitend antwoord op vindt, mail die vraag dan door naar "Hoe zit dat?" en we zullen daar via deze pagina proberen een antwoord op te geven, op basis van de reglementen van de KBVB (c). Eventuele suggesties of correcties kan u eveneens via dit email-adres doorsturen.

U kan ook zelf een antwoord op diverse vragen vinden via de website van de KBVB (c).
Daar vindt u het onderdeel "F.A.Q." (frequently asked questions).
Klik HIER.

Terug naar overzicht